verhaal 1: vegetariër

Vegetariër.

Hij vraagt zich waarschijnlijk af wat ik zoal aan het doen ben in zijn riante rijtjeshuis nadat hij gisteren een reservesleutel in mijn handen drukte. Het feit dat mensen in zijn huis verblijven terwijl hij uit werken gaat, is hij vast niet gewoon, gezien zijn vrijgezellenleven. Toch leek hij er gisteren geen probleem mee te hebben om me zijn grootste bezit toe te vertrouwen. ‘Hier, voor jou.’, zei hij, ‘dan kan je wat vrijer zijn.’ Ikzelf had enkel maar geknikt en hem gewezen op de mooie groenmetalen kleur; ik heb namelijk nog geen flauw idee hoe ik de sleutel gebruiken kan. Het enige wat ik voorlopig in deze omgeving ken, is dit huisje en naar mijn mening ligt de dorpskern nog een eindje wandelen ver.
Voorlopig haak ik de sleutel dan maar bij de rest van mijn bos en blijf ik gedwee tussen deze vier muren. Er valt genoeg te beleven. Zo heb je zijn kasten vol boeken en dichtbundels die mensen zoals ik meteen doen vergeten dat er nog een andere wereld is buiten de zwart-op-wit-gedrukte. Dit ondanks alle andere voornemens, bijvoorbeeld het plan om eindelijk eens werk te maken van die al veel te lang opzijgeschoven syllabus en me voor te bereiden op de eindexamens. Maar wie, o wie, zal me het kwalijk nemen als ik vertel hoe heerlijk het donsdeken van zijn bed ligt onder mijn ellebogen terwijl ik de Gedichten van De Coninck doorblader en dit in tegenstelling tot de karige keukenstoel die me verplicht om de ellenlange doodgeverfde Engelstalige teksten over onderzoeksdesigns met gele fluorstift op te fleuren?
Verder zijn er ook nog zijn oude cassettes uit zijn pubertijd die mij kunnen bekoren. Niet oud omdat het om vervlogen muziek gaat, maar gewoon oud omdat ik me afvraag welke puber tegenwoordig nog een cassetteverzameling aanlegt. Ik draai tape na tape, herdraai ze soms zodat wat de teksten zeggen, me zeker bijblijft. Meestal gaat het op de een of andere manier over liefde, zoveel is zeker. Op de oude bibliotheekmuur in onze stad las ik dat poëzie altijd een daad van vrede is. Ik vond het wat hebben en nam dan ook mijn fototoestel om de ijzeren letters op de witgekalkte muur nog een beetje meer te vereeuwigen. Het blijkt een citaat van Pablo Neruda te zijn dat vreemd genoeg nog maar drie jaar oud is. Stel je voor, je geeft een boek uit en nog geen drie jaar later worden je woorden al in lood gegoten om te prijken op stadsmuren die je nooit bezocht hebt. Misschien citeert men later mij, binnen drie jaar of wat verder vooruit, zeggende dat muziek om liefde gaat, zoniet dat het de liefde voor muziek is die muziek maakt. Zou dat niet mooi zijn?
Intussen heb ik met de middag mijn eigen potje op zijn gasfornuis klaargemaakt. Kip en aardappeltjes en worteltjes geraspt, kortom, ik zet zijn hele riante rijtjeshuis op stelten. Benieuwd wat hij daarvan denkt. De afgekloven kippenbeentjes neem ik toch maar beter weer mee naar huis als ik daar ooit nog aan toekom. Hij is al jaren vegetariër en zijn vuilnisbak wil ik voorlopig nog niet al te veel laten schrikken.

Sylvie

Advertenties

2 gedachtes over “verhaal 1: vegetariër

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s