Ik beleef 4: Indie – Abattoir fermé.

Machinaal.

Pervers. Het is een schande, mijne heren, dames. De wereld, de zin die er rond hangt, de zin die er rond draait, kortom, de tegenwijzerzin. Ik zie mezelf. Ik zie mezelf nauwkeurig in de spiegel; de contouren helemaal en zonder foutmelding afgetekend op het zwarte metaal. Wat een gedrocht. Wát een gedrocht! De natuur wordt dat dan genoemd. Pervers. Decadent. Mismaakt. Verdoemd, al lang niet meer naar Zijn beeld en gelijkenis. Beschamend gewoon. Met Gods dood, Gods zó bevochten dood, zijn we vaderloos geworden, en hij kinderloos. Vervreemding is daar ook zo’n goed woord voor. Vervreemding. Alle sappen in mijn lijf zijn dan maar een jachtig leven begonnen. De aminozuren, amfetamines, prolactines, hormonen en vooral, de endorfines pompen mijn lichaam ongekende hoogten op, zo hoog dat ik nog net over de rand kan meekijken naar het jachtige leven van anderen. Zie ze daar gaan, bus in, bus uit, trap op, trap af, daarheen, daar weer. Het is een wedstrijd, een race, maar wel eentje to the bottom. Me dunkt! Het overstijgen van jezelf is trouwens al lang het summum niet meer, het is het conventionele geworden, op zijn minst. Slepen. Slepen doe ik mezelf , dag in, dag uit, nacht in, nacht uit, uur na uur en seconde na seconde door de straten van de stad. Die stad die mijn geboorte claimt, die stad, die makelaar die me vastgeketend heeft zonder mijn medeweten, die stad, waar de honden zwerven door de wolkenkrabbers, die stad. Die stad en ik, ik overleef…

– op koffie.

Koffie, koffie, koffie! Mijn god, zie ze slurpen. Intussen beroepen we ons allemáál wel op protheses, we scheppen en gebruiken, misbruiken de wetenschap om onze oervervloekte behoeftes te bevredigen, erger nog, we worden langzaam maar zeker meer en meer overtuigd van het feit dat niemand ons zo kan bevredigen dan onze eigen plastieken handschoen. En dáár fladdert het dan, dáár fladdert het – tussen de infusen en de rest van de hele spuitgalerij door – het beeld van het meisje met de vlechten in het haar, dat van het jongetje dat gewoon zonder meer op papa’s schoot kan zitten, dat van de joviale jongeling die met een trekzak onbevreesd op de heuvel in het dorp kan klimmen en kan schallen, schallen ja, dat de wereld vol viooltjes staat. We zullen het maar geloven tot we onze ogen openen en we ons gewaar worden van de hand in onze broek. Zielig. Zo zielig dat zelfs de superhelden zelfmoord plegen.
Ja, mijne heren, dames, wat we hier zien kan je omschrijven als de leegloop van het verstand, de vingertoppen die al lang mijlenver verwijderd zijn van de aanraking met de werkelijkheid. Hoe heette het ook alweer, dat waar ze het over hadden? Ha, het zwarte gat! Wélkom in het zwarte gat! Wat zie je? Zwart? Gelijk heb je! Voor een keer.
Het 21ste eeuwse chemische lichaam pompt en zal hoogstwaarschijnlijk nog een tijdje voortpompen op siliconen. Het kan zichzelf immers onwaarschijnlijk lang in stand houden op stoffen zonder voedingswaarde: Urine, stront en zand. Zand tot zelfs de kunstgebitten verkorreld zijn. Neen, we moeten het maar voor waar nemen, dat we allemaal tot de dood gedoemd zijn, dat we allemaal welkom zijn in het zwarte gat, dat we welkom zijn in de hel, het brandende braaksel van de menselijke decadentie. Het fin-de-sièclegevoel zit er immers dik in: we wachten nog steeds op het einde van de wereld, de langverwachte apocalyps, we wachten en we wachten en het overleven van het jaar 2000 heeft daar niets aan veranderd. Wachten doen we toch en eigenlijk, eigenlijk hebben we niets anders te doen dan te wachten. De wereld draait tenslotte toch nog alleen maar dol in extremen, extremen, extremen. Het ene nog wat meer erover dan het andere. We zullen machines zien sterven, naakte hoeren zien dansen, hun onsierlijke gezichten gemaskerd met gespleten varkenskoppen, we zullen volwassenen zien geboren worden uit plastieken kokers, we zullen elkaar kunnen neuken via onze oksels, we zullen, en we zullen zoveel doen. Dingen die nu onze verbeelding nog niet eens waardig zijn. Maar toch, ik zeg je, als je toch nog iets ‘leuks’ wilt doen intussen, als je dan toch nog, ik zeg maar, iets ‘nuttigs’ zou willen doen onderwijl, wel, dan heb ik maar 1 tip voor je:

Kunst – is – geil!
——>wat moet je anders op een donderdagavond?
Advertenties

3 gedachtes over “Ik beleef 4: Indie – Abattoir fermé.

  1. Je laat je leeglopen in deze zucht over de wereld. Een ‘zwart’ beeld zet je neer, maar het leest wel prettig.

    Lach je nog wel?

  2. ja hoor, ik lach nog wel, ik vond het gegeven dat het toneel me voorschotelde gewoon té inspirerend om er niet even in op te gaan, zo’n dingen vind ik trouwens wel wat leuker dan een droge recensie, het is de sfeer van het toneel, de sfeer die ik mocht snuiven.

    Groet!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s