Ik beleef: Het Uitzaaiend Kaf

Wel een fijne ambiance was er daar, toen Prins en ik zo ietwat voor zessen het Poëziecentrum naderden. Je had er bijvoorbeeld een rokende en ‘Tine Moniek-loze’ Olaf Risee aan de deur, of een klamme Eva Cox die met nog klammere vingers het programma uitdeelde. Ook mensen als Arnoud Righter kon je er ontmoeten, bijvoorbeeld op weg naar een frituur om nog snel wat te eten voor het luisteren. Ja, een leuke start, dat alvast.

Zoals het ook in de Knack van deze week staat, is het Uitzaaiend Kaf een poëziefestival voor jong talent. Twintig dichters, jonger dan vijfendertig, brengen hun werk in vier ruimtes, twee in het Poëziecentrum, en twee in het KANTL ofwel de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde. Aangezien de programma’s in de ruimtes gelijktijdig lopen is het dus onmogelijk om alles en iedereen gezien te hebben. Toch maakten Prins en ik vooraf een goede planning zodat we er uiteindelijk toch zeventien zouden kunnen aanhoren.

Dat was echter buiten de gezelligheid van Lies van Gasse gerekend die we als eerste op het programma hadden gezet. Lies mocht in de bib van het Poëziecentrum een uurtje lang haar werk brengen. We hadden ons voorgenomen om haar gedurende het eerste kwartier te aanschouwen en dan verder te trekken naar Maurice Buehler in het KANTL, maar Lies las lustig voort en wij, intussen al wat achteruitgezakt in de gezellige sofa’s van de bib, bleven zitten. We hadden het nog langer gerekt indien we beiden niet heel nieuwsgierig waren geweest naar wat Lucas Laherto Hirsch te vertellen had op de zolderverdieping. Lucas bracht ons vijf dichten, maar Prins en ik vonden het niet top, tja, wat is top. Toch bleven we graag zitten voor de volgende voordrachten van Maria Barnas, Els Moors en dan nog Tsead Bruinja. Van Barnas herinner ik me bitter weinig maar Moors daarentegen is wél blijven nagalmen. Ongelooflijke psychologie legt zijn in haar woorden. Er is zo’n gedicht waarin ze de dingen blijft herhalen tot het bevreemdend maar eveneens hypnotisch begint te klinken. Ook Bruinja kon ik best wel smaken, al geef ik toe dat dat misschien meer met de grappige taal te maken heeft dan met de inhoud van zijn gedichten. Neen, ik zou ze nog eens moeten herlezen, geloof ik.

Na Bruinja liepen we snel nog even naar de bib beneden waar Lies van Gasse intussen plaats had gemaakt voor Jan-Willem Anker. Blijkbaar had hij al bijna zijn hele dichtbundel doorploegd en kregen wij er, bij het binnenkomen, nog een laatste cyclus uit voorgeschoteld bestaande uit tien gedichten rond Portugal . Op de zolder was het na een kwartiertje weer tijd voor Thomas Möhlmann die vooral mij wel interesseerde. Fijn was het te horen van Möhlmann dat hij het ook wel voor Els Moors had.

Daarna volgden er duo-optredens: twee dichters, die een beetje in dezelfde stijl dichten of andere verwantschappen met elkaar hebben, mochten het een kwartiertje lang samen bont maken op het podium. We zagen achtereenvolgens Sacha Blé + Sven Cooremans, albrecht b doemlicht + Delaere, Miguel Declerq +Reinout Verbeke en Els Moors + Erik Jan Harmens. Blé en Cooremans maakten het niet echt ‘bont’ op het podium, ze lieten elkaar rustig voorlezen en Blé verschanste zich zelfs terug achter het gordijn als Cooremans begon. Prins en ik twijfelden dan ook niet lang en repten ons voor de eerste keer naar het KANTL (de rode lijn volgend) om zeker het optreden van doemicht en Delaere niet te missen. Prins en ik wisten namelijk al wat die twee in petto zouden hebben en dat beloofde wel wat. Het verbaasde ons niet dat die beloftes ook fijn werden ingevuld. Gastheer X Roelens aldaar leidde ons meteen naar een andere ruimte waar een schaakbord klaarstond. Het concept was simpel. doemlicht en Delaere speelden er een klassiek schaakspel na maar dan voorzien met de nodige poëtische commentaar. Via sms hadden ze dat in elkaar gestoken. Prins en ik herinneren ons nog goed dat doemlicht op ons evenement Beeldrijk al bezig was met dat getokkel op zijn gsm voor dit. Het resultaat was grappig, mocht er wezen. Misschien was er wel voor de eerste keer écht leven in de brouwerij.

Datzelfde leven vond ik ook in de volgende combinaties Declercq-Verbeke en Moors- Harmens terug. Terwijl Declercq en Verbeke zich nog aan een duodicht via e-mail hadden gewaagd, brachten Moors en Harmens gewoon graag en heel expressief samen een dicht van de laatste. De twee combinaties waren vooral geslaagd omdat de partners blijkbaar wel van elkaars poëzie genoten en liefde, dat is altijd fijn om naar te kijken.

Afsluiter was voor ons Dimitri Verhulst. Prins en ik hadden er namelijk unaniem voor gekozen om niet naar Christophe Vekeman te gaan. We lachten daarbij maar wisten niet waarom. Misschien is dat nog een kater van Poëzie 2005, maar zeker zijn we dat niet. Dimitri sloot vrij grappig af en na nog wat gesjok door de gangen van het KANTL zwaaiden we af. Het uitzaaiend Kaf staat bij ons volgend jaar wellicht weer op het programma, maar dan voorzien we ons zeker in de nodige drank voor tussendoor. Na het festival moesten we warempel nog zeker vier café’s bezoeken voor onze dorst helemaal gelest was.

PS: Bedankt X voor de drie kussen.
PPS: aangezien ik nu honger heb, heb ik geen zin in het maken van linken, ik verwijs iedereen bij het lezen daarom naar www.google.be, vooral de vetgedrukte woordjes kunnen interessant zijn om eens in te typen. (en daarbij heb ik toch één link gehad in dit verslag :))

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s