woord en wederwoord: barwoutswaerder

objectieve observaties

Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling van Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen te hebben om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.

Na een voorronde van de West-Vlaamse gedichtenslag in Koksijde startten enkele handen en hoofden achter de Muzenval hals over kop met een poetry slam in Antwerpen. Her en der op het internet is te lezen hoe ze zich onheus behandeld voelden aan de kust, ze zouden het in de stad aan de Schelde dan ook beter en vooral objectiever aanpakken. Geruggensteund door Stichting Zondag stelden ze een reglement op en namen zich voor zich strikt aan die regels te houden. Goede voornemens neem je niet uitsluitend op 1 januari. Die gedachte.
Omdat Barwoutswaerder zich dinsdag 12 december in de jaarfinale van de Leidse Slam meet met heerschappen als Pom Wollf en David Boulee en het bovendien al een maand of wat geleden was dat hij woorden in een microfoon had gespuwd, leek het hem een goed idee om kort voordien op een podium te kruipen. Maar waar? De tweede voorronde van de poetry slam in Antwerpen bracht soelaas. Via Kaatje Wharton schreef hij zich in.
Barwoutswaerder hoorde een hele tijd niets tot hij Wharton vroeg of ze al meer informatie had over de plek van het optreden. Bleek dat Sacha De Backer van mening was dat Barwoutswaerder eerst moest afwachten of hij de finale van de West-Vlaamse Gedichtenslag niet won voordat hij al dan niet welkom was. Een wat vreemde gedachtekronkel.
Goed, Wharton sprong in de bres en argumenteerde dat je in Nederland in eender welke stad aan een poetry slam mag meedoen, al won je al tig voorrondes in andere steden. Van Wharton moest Barwoutswaerder maar gewoon komen, De Backer mailde me die eigenste middag of de kabouter dat zeker zou doen. Ja, dus.
Zoals gevraagd was Barwoutswaerder er om 19u30 zodat ze er stipt om 20u konden invliegen. Omdat één deelneemster op zich liet wachten om uiteindelijk niet mee te doen, werd het bijna half negen. Eerst kregen alle deelnemers –naast Barwoutswaerder ook Sammy Deburggraeve, Maarten Inghels en ene Enak Cortebeeck– uiteraard voor alle duidelijkheid de spelregels uitgelegd. Iedereen kreeg de kans zich in twee rondes van drie minuten te bewijzen. Met behulp van een rode fietslamp zou De Backer duidelijk maken als de tijd begon te dringen. Doofde de fietslamp was je dusdanig over die tijd dat het verdict duidelijk was: diskwalificatie. Kortom, pech gehad.
Niemand overschreed de tijdslimiet tijdens de twee rondes, dus mocht de jury beslissen wie van de vier ze geen derde ronde van vier minuten gunden. Ze zouden dat aan de hand van een vernuftig uitgekiend puntensysteem objectief doen. (Hoe objectief is het geven van punten op een kunstvorm in de wetenschap dat die kunstvorm geen exacte wetenschap is?)
Bleek dat Barwoutswaerder in de derde ronde niet van zijn stoel moest komen. Dat vond de kabouter best, wellicht was het door het nog niet helemaal in zijn vezels zittende nieuwe werk niet zijn beste optreden ever. Toch vond ook Yerna Vandendriessche dat de balans tussen poetry en slam bij de drie andere deelnemers wat teveel naar de ene of naar de andere kant overhelde. Engel wist af en toe wel de poëzie te raken, maar verschool zich jammerlijk achter zijn papier waardoor hij niet zo gek veel contact met het publiek maakte. Enak en Deburggraeve helden meer over naar de kant van slam, maar zochten hun heil stukken minder in metaforen. De stront van de hond was de stront van de hond. Een fles werd in een kut aan diggelen geramd. Of wat dan ook.
Geen probleem, maar omdat Barwoutswaerder er niet bij was in Koksijde, vraagt hij zich luidop af hoe grof kandidaten het daar hebben gemaakt aangezien Wharton toen in haar verslag schreef het moeilijk te hebben met de vulgariteit die sommigen in de mond namen. Voor Barwoutswaerder een open vraag, wellicht is het dat niet voor de in Antwerpen in de jury zetelende Wharton.
Diezelfde Wharton haalde achteraf het argument naar boven dat twee van zijn klanken de aandacht afleidden van de inhoud van zijn gedichten. Barwoutswaerder erkent dat die klanken een eind van het Algemeen Nederlands af liggen, hij vijlt er dan ook aan. Maar goed, mogelijk had de jury minder problemen met het Antwerps dialect van Enak en Deburggraeve en wordt dat taaltje in de Scheldestad algemeen beschouwd als een vlekkeloze uitspraak.
Nu goed, vlak voor de eindbeslissing keek Barwoutswaerder zijn ogen groot toen presentator Frans Vlinderman, die in de eerste voorronde een finaleplaats te pakken kreeg, hem toevertrouwde dat Barwoutswaerder zich vast zo moest voelen zoals hij zich in Koksijde had gevoeld. Maar dat Barwoutswaerder zich kon troosten met de gedachte dat hij toch al in Brussel in de finale stond. Mooi niet. Dan liever meteen de Nobelprijs voor Literatuur.
Toen stapte Debacker op het podium om het juryverdict te brengen. Barwoutswaerder gokte –en wellicht was hij daarbij niet de enige– als winnaar op Deburggraeve die in de finaleronde zijn klassieker kleine meisken mijn bracht. Wie de runner-up zou worden en wie uiteindelijk ook niet naar de Antwerpse jaarfinale zou mogen, Barwoutswaerder durfde er zijn hand niet voor in het vuur te steken.
Maar kijk, Debacker verbaasde vriend en vijand. De winst was voor Inghels en met een puntje minder strandde Enak op de tweede plek. Toch had Deburggraeve met vlag en wimpel de avond aangevoerd, maar zo biechtte Debacker op, in zijn finaleronde was hij 45 seconden te lang bezig. Diskwalificatie denk je dan, maar nee, ook Deburgraeve mag zich op 14 februari in de jaarfinale nog een keer uitleven. Omdat de jury in restaurant Bazilikum zo geïmponeerd was en hij het ook in de eerste voorronde al tot bij de laatste drie had geschopt.
Drie van de vier van de tweede voorronde dus door ondanks het feit dat het reglement overduidelijk was, per voorronde één winnaar en één runner-up. Niet meer, niet minder. Reglement is reglement en de jury heeft het laatste en hoogste woord. Onbekend is of de avond er anders had uitgezien, als de wonderlijke jongedame had toegehapt op het verzoek om in de jury te zetelen…

{David Troch}
Advertisements

5 gedachtes over “woord en wederwoord: barwoutswaerder

  1. Wat ik zo ontzettend betreur en blijf betreuren, is dat hier één persoon telkens als zwart schaap wordt gebruikt terwijl persoon in kwestie, ik dus, niet meer noch minder en zelfs eerder minder, in de pap te brokken heeft gehad.

    Het verloop van de avond staat open en bloot zonder doekjes op de site van Pom Wolff (www.pomgedichten.nl)tot de redenen van het toelaten van een Sammy de Burggraeve tot de Antwerpse finale toe.

    Ik geef dan ook doodeenvoudig één goede raad mee, zowel aan u als aan uw vriendin (die de uitslag niet had kunnen veranderen had zij in de jury gezeten)… you win some, you loose some… en als je meedoet aan wedstrijden, zorg dan vooral dat je tegen je verlies kan (en projecteer die bal beter niet op Koksijde want daar was de situatie totaal anders en daar kan je zeker niet over meespreken want je was er niet) of blijf thuis. Dit is gewoon natrappen David. Geef mij dan maar de reacties van zowel Enak als van Sammy in verband met Maarten, dat hij hen gewoon inhoudelijk tijdens de finale van het podium gedicht heeft.

    En verder hebben wij niets met de steun van Stichtingzondag georganiseerd, integendeel zelfs, deze stichting heeft ons gevraagd de slamwedstrijden in Antwerpen mee te organiseren en niet omgekeerd.

    Het zou in de toekomst misschien beter zijn je eerst volledig te informeren voor je wat schrijft en heel misschien had je wel eens eerst ook kunnen komen praten met de rest van de jury voor je hier eender wat neerschreef. Ik heb altijd gedacht dat wij vrienden waren, ik begrijp nu dat uw vriendschap maar zo ver gaat dan het aantal pluimen die al dan niet ergens in jouw lijf gestoken worden en dat vind ik droef, heel droef.

    Met vriendelijke groet,

    kaatje

  2. Voor de duidelijkheid: Wij klagen niet aan dat David niet meer mag meespelen, wij benadrukken alleen maar dat u in uw opzet om wat beter te maken dan de slam in west-vlaanderen grandioos mislukt bent.

    u zegt: David had maar anderhalf punt te weinig bij optelling van de punten van alle juryleden.

    u zegt: uw vriendin had de uitslag niet had kunnen veranderen had zij in de jury gezeten

    hoe objectief is dat als vriendin eens toevallig en niet onwaarschijnlijk hoge punten naar haar vriendje had geworpen?

    het is maar een van de zaken die u door de mand doen vallen. Einde discussie.

  3. Eerst en vooral dit: ondergetekende, West-Vlaming van oorsprong en Antwerpenaar na migratie, was erbij in Koksijde en kokhalsde net niet. Secundo, zelfde ondergetekende zat in de jury in Antwerpen en vond David – die ik nooit eerder gehoord noch gezien had – inhoudelijk wel degelijk sterk. Vormelijk heeft David inderdaad veel weg van een kabouter en mijn liefde voor kabouters is groot. Dus heeft David het ergens aan te danken dat hij slechts nipt…. Ik heb ondertussen nog dichters gezien op slampartijen die afgingen wegens te weinig podiumact(iviteit) en dat is niet erg. Maar dat alles op de frêle lichtgebarsten schouders leggen van Kaatje Wharton is de waarheid geweld aandoen. En wie haar geweld aandoet, is nu eenmaal metaforisch gesproken een geweldenaar. Kaatje had slechts een stem in een kapitel van vier. Haar stem heeft in dat kapitel niet meer gewicht dan een ander, daar stond Sacha borg voor. Dus zou een vijfde jurylid, dat heel waarschijnlijk in mijn richting punten zou hebben gegeven, aan dat gewicht niet veel toedoen. Tenslotte dit: kokhalsen zoals te Koksyde hebben we niet gedaan, het peil in Antwerpen lag drie keer hoger. Meer metaforen, hoera, ik schrijf niet liever maar slammen, nee, ik pas. Tot slot: zelf heb ik op internet de regels van poetry slam opgezocht en doorgemaild. Uw suggestie dat we ze zelf hebben geschreven is een kabouter onwaardig. Tot nadere discussie.

    Marc Tiefenthal

  4. Opdat er sprake zou kunnen zijn van een discussie, vind ik persoonlijk dat er hier niet al te veel argumenten worden aangevoerd daartoe. Hoe kan wat dan ook beëindigd worden? Ik lees de verslagen, zowel op Pomgedichten als hier, en ik moet zeggen dat er behoorlijk verschil zit in de weergave van één en ander. Kabouter Huppeldepup en Hare Koninklijke hoogheid blinken om te beginnen allebei al uit in het misspellen van de meeste namen (het moet zijn dat de mijne duidelijker is of zo, want ik ben er aan ontsnapt – waarvoor dank). Wat Kaatje stelt over de organisatie, dan moet je inderdaad bij Stichting Zondag zijn, die de hulp heeft ingeroepen van de kerngroep van de Muzeval (zonder -n), die trouwens onder Stichting Pipelines ressorteert. Dat is een feit. Dat ik persoonlijk iets tegen David heb gezegd, verwijzend naar een Westvlaams voorval, zal ook niet meer echt gebeuren. Als het dan toch op het internet gegooid wordt. Dankjewel, David, zo doet men dat met vrienden. Of zou ik dan toch… Dat er afgeweken is van een reglement, so what? Moord en brand schreeuwen lucht op, maar verandert niets aan de zaak. Geloof me, heb ik ook al meegemaakt. Feit is dat er zeer duidelijk overleg over gepleegd is. Lees Pomgedichten en leer de feiten kennen. Misschien dat er dan nog kan gediscussieerd worden, maar dan moeten eerst nijd en gramschap even bezinken. Ik lees geen verslagen, maar natrappperij hier. Spijtig, dacht dat er hier volwassenen rondhingen.

    Groet, Frans Vlinderman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s