Vandaag op Cutting Edge

*****

Sylvie Marie, ‘Zonder’ (2009)

Een zonderling kleinood

sylviemarie_zonder Begin 2009 publiceerde dichter Sylvie Marie (1984) haar debuutbundel ‘Zonder’ bij Vrijdag. Marie was voor de kenners al langer een naam om rekening mee te houden, gezien haar talloze publicaties in gezaghebbende literaire tijdschriften. Ze bekroont haar oeuvre-tot-nu-toe met een bundel waarin ze sterk samenhangende en bovenal overtuigende poëzie schrijft.De titel van de bundel spreekt boekdelen. De bundel is opgedeeld in een openingsgedicht met dezelfde naam, en vijf afdelingen, zoals bijvoorbeeld ‘wij, helden’. De beginpagina’s van de afdeling zelf vertellen de lezer waar het die helden aan ontbreekt: ze zijn zonder moed. Het geeft de gedichten een heldere richting mee, die hen echter niet doodslaat tot eenduidige samenraapsels van taal. Er blijft genoeg om in te vullen, zoals in het eerste gedicht van de cyclus ‘moedermomenten’:

‘onze blikken. / ze kruisen. ergens tussen / voordeur en tuinhek. specifieker: / tussen suikerpot en magnetron / ter hoogte van een pruttelende koffiezet / of net iets hoger. ze kruisen boven / borden, noodlottig tegelijk / en met keiharde terugwerkende kracht. // in dit huis gaat het genadeloos.’

De titel en de concrete interieurbeschrijving geven al wat weg. Toch zit in dit gedicht en in de cyclus, vanaf de eerste regels, een spanning die enkel wat stijgt en daalt, maar niet meer verdwijnt. De banale details maken de banale, maar pijnlijke situatie van een familie die een taboe deelt, zeer goed voelbaar. Ook toont het gedicht een ander aspect van de titel: ze schrijft consequent zonder hoofdletters.

Niet alleen families, zoals in de geciteerde cyclus, komen in een ander licht te staan. Marie besteedt veel aandacht aan liefdesrelaties. Bindend aan beide relaties is hoe de personen in de gedichten beseffen dat we nooit helemaal samen kunnen zijn met iemand, en dat er altijd afstand blijft bestaan tussen mensen. Een van de ontroerendste liefdesgedichten die we kennen, ‘model’, illustreert dit:

‘ik teken je, zei ik, en ik plaatste / je voor me op een stoel, / knipte het licht aan, scheurde / een stuk papier uit mijn schrift. // zo viel na een poos je pose / het blad op, een schaduw van je, / platgestreken, een schijfje jou. // dat ik dan niet tevreden kon zijn / vond je grappig. we begonnen opnieuw met / ik die zei: doe je mond open / zodat ik nu wél / aan je hart kan.’

Het gedicht kent mooie woordspelingen zoals met poos en pose, eenvoud van taal, en een compleet herkenbare inhoud. Het is – een woord dat waarschijnlijk niet vaak in het woordenboek van een recensent voorkomt – lief, vertederend. Ondanks die afstand tussen mensen geven de personen in het gedicht niet op, en proberen ze het gewoon opnieuw, onvermoeibaar. Dat het niet altijd zo gaat, toont het gedicht ‘zwaarmoedig’. Er komt een moment dat een mens op eigen benen staat, ondanks alle goede bedoelingen en liefde van de omgeving: ‘zij / die me hier brachten, weten maar half / hoe groot ik ben geworden.’ Het is het besef dat er geen weg terug is, dat zelfs de mensen die je het dichtst bij je hebt, je niet meer volledig doorgronden. De dichter weet die emoties en inzichten in eenvoudige bewoordingen over te brengen.

Ook dat is een invulling van de titel: Marie weet zonder mooischrijverij basale thema’s aan te snijden. Een enkele keer is haar taal van opzet zo eenvoudig dat ze balanceert op het randje van pathetiek, zoals (opnieuw) in ‘zwaarmoedig’: ‘jou zien en lippen bijten, niet / toegeven aan meteen die armen willen grijpen, / altijd maar die armen willen grijpen / om niet te moeten vallen.’ Maar het herstel is telkens slechts een vingerknip verwijderd: ook dit gedicht weet ze naar een positief eindsaldo te schrijven. Voor het overgrote deel van de bundel weet ze het evenwicht juist zeer goed te treffen en schrijft ze in oprechte, eenvoudige, maar niet eenduidige taal die ons recht in het hart raakte.

We vinden het moeilijk te begrijpen, elders werd geschreven dat het lijkt alsof Marie moet schrijven om het niet uit te gillen – een compliment was het. Toegegeven, de bundel geeft geen aanleiding tot ongebreideld optimisme. De dichter geeft met oog voor detail elementen van ons leven weer, op die wat vervreemdende manier, maar het is juist de overgave aan de kwetsbaarheid die zo krachtig is. Zoals de avonturier in het laatste gedicht van de bundel kunnen we enkel wachten op wat er nog komen gaat van de hand van Sylvie Marie. In de tussentijd laten we ons meevoeren door het zonderlinge kleinood dat we al hebben.

Anna De Bruyckere

www.cuttingedge.be

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s