Poezie in de Verloren Hoek

  • De Standaard: vrijdag 22 januari 2010
  • Auteur: Geert Van der Speeten
    • Mandelinck nodigt ons uit om met een frisse blik te kijken naar dit landschap. Poezie in dubbeltijd: een nieuw festival in Brugge — Van Guido Gezelle tot debutante Sylvie Marie: voor zijn nieuwe project strooit Gwy Mandelinck 38 gedichten uit over de meest verstilde wijk van Brugge. De beeldende kunst staat aan de zijlijn.

      Na een kwarteeuw poëziezomers in Watou heeft Gwy Mandelinck (72) een bladzijde omgedraaid. Zijn verhaal van ontheemding en breuk is intussen bekend.

      Voor wie een radicale wending had verwacht: Poëzie in dubbeltijd is geen compleet nieuw boek geworden. Behalve zijn spreekwoordelijke koppigheid heeft Mandelinck veel van het erfgoed van Watou meegesmokkeld naar zijn nieuwe thuishaven. Voor de eerste editie van wat een tweejaarlijks wandelparcours moet worden, bouwt hij op vaste waarden. Acteur Dirk Roofthooft en architect Koen Van Synghel, twee perfectionisten, zijn opnieuw van de partij. Ook de jarenlange ervaring om poëzie op een geraffineerde manier in beeld te brengen, verhuisde mee naar Brugge. De komende vier maanden zal elke avond, op het moment dat de musea dichtgaan, vanop de Halletoren een gedicht uit het Watou-archief over de Brugse Grote Markt schallen.

      In het poëziedorp in de Westhoek dat dankzij Mandelinck een begrip is geworden, loopt het traject langs verwaaide schuren, gammele zolders en de plooien van een wonderlijk grenslandschap. Brugge vroeg om een andere invalshoek. De sporen van een roemrijk verleden liggen in de stad voor het rapen. De kerken en kloosters, de schilderachtige reien en de stille hoekjes: ze vormden een vanzelfsprekend decor.

      Mandelinck nodigt ons uit om met frisse blik te kijken naar dit landschap, zoals dat wordt verhevigd en op listige manier ingekleurd door de stem van de dichter. Zo wordt de bezoeker in het Groot-Seminarie een blik gegund op het prachtige perspectief van de 17de-eeuwse kloostergangen. Het bijbehorende gedicht van Willem Jan Otten gaat over een klinkerlegger, en hoe diens geduldige werk symbool kan staan voor de weg die de mens aflegt.

      Boenwas

      Poëzie in dubbeltijd is vooral een ontdekkingstocht door de Sint-Annawijk. Op een doordeweekse dag is het bijzonder kalm in deze uithoek van de stad. Alles lijkt er zich binnenskamers af te spelen. De gerestaureerde werkmanshuisjes van de ‘Verloren Hoek’ herinneren eraan dat dit ooit een echte volkswijk is geweest. Twee torens priemen erbovenuit. De Jeruzalemkerk, een privékapel die in de 15de eeuw door een Italiaanse familie werd gebouwd, is de meest verrassende plek. Maar de tocht voert ook naar de weinig bekende Sint-Annakerk, met een barok interieur dat glanst van de boenwas.

      Het gros van de 38 gedichten vond onderdak in witgelakte gaanderijen. Hun plaatsing en hun effect is hyperbestudeerd. Een van deze vederlichte constructies moet je gaan zoeken in het speelgoed-binnentuintje van het Volksmuseum.

      Een terugkerend motief is dat van de uitvergrote metalen stoelen, waarvan enkele getooid zijn met een gedicht. Hun symboliek varieert van plek tot plek. Zo vormen deze witte vehikels in het hoogkoor van de Sint-Annakerk een subtiele echo van de klassieke bidstoelen. Een prachtig effect vind je in een kamertje van het museum De Potterie. Een stoel met daarop Erwin Mortiers ‘Alzheimerblues’ staat er naast een opgemaakt eiken ledikant uit 1643. Getuige zijn van het wegkwijnen van een geliefde: een persoonlijk verdriet wordt hier opgeroepen in een roerloos tafereel.

      Het Gezellemuseum, een goed verscholen stiltegebied, is het vertrekpunt van de wandeling.

      Guido Gezelle groeide haast vanzelfsprekend uit tot de spilfiguur van Poëzie in dubbeltijd. Zijn geboortehuis, met de ommuurde tuin die door vader Gezelle onderhouden werd, kreeg een andere ingang. Het is voor de gelegenheid compleet gestript. Het documentaire gedeelte werd verbannen naar een website die je ter plekke kan raadplegen.

      De pastoor Gezelle, de activist, de beroemde Vlaamse kop en geëngageerde West-Vlaming: je zal ze in het museum vruchteloos zoeken. In plaats daarvan koos Mandelinck voor een sobere evocatie. Hij selecteerde vijf sleutelgedichten waarin Gezelle zich ontpopt als een experimentele dichter die zich verliest in de pure klank.

      Op kleine plasmaschermen hoor je Dirk Roofthooft drie gedichten voorlezen. Niet zijn sprekende mond komt in beeld, maar fragmenten van een lichaam: een oog, een navel, huid die door kippenvel beroerd wordt. De sensuele aanpak voegt aan Gezelles overbekende gedichten een nieuwe dimensie toe. Op het ritme van Roofthoofts adem klinkt het ‘kleengedichtje’ k’Hoore tuitend’hoornen plots Beckettiaans.

      Als miniatuurtjes die over het parcours verstrooid zijn, groeien Roofthoofts video’s uit tot de revelatie van dit poëzieparcours. Het lijken kleine kunstwerken, waarin tekst en beeld tot een mooie symbiose komen.

      Misdaad

      Dat is nu uitgerekend wat Dirk Snauwaert, curator van het luik beeldende kunst, niet heeft willen doen. Snauwaert vertelt een parallel verhaal. Hij selecteerde daarvoor ensembles van acht kunstenaars. De directe confrontatie of de toevallige interactie met de poëzie wordt zorgvuldig uit de weg gegaan.

      Snauwaert koos voor kunst met een vluchtig karakter. Hij lijkt vooral op de intellectuele ervaring te mikken. Om zijn uitgangspunt te vatten, moet je om te beginnen een essay van de filosoof Edouard Glissant gelezen hebben. Diens ideeën over ‘creolisering’ en de opkomst van de bastaardtaal vindt Snauwaert toepasselijk op Brugge. Vandaar de keuze voor kunstenaars die vaak taal, tekens of symbolen als bouwstenen gebruiken.

      Walter Swennen en Anne-Mie Van Kerckhoven zijn de klinkende namen in dit gezelschap, maar vooral de precisieschilder Robert Devriendt speelt een thuismatch. Zijn nieuw werk The Jerusalem Church crime is een mysterieuze reeks van vijf miniatuurschilderijen. Ze brengen de ingrediënten in beeld van een misdaadverhaal dat zich in de kapel afspeelt.

      De wandeling eindigt in het Arentshuis aan de Dijver, een eind buiten het circuit. Tussen de monumentale vitrines krijgt Hugo Claus, nog een Bruggeling, een mooie hommage.

      Poëzie in dubbeltijd wil veel dingen tegelijkertijd. De ‘kleine ritselende revolutie’ die het motto ons belooft, is niet echt losgebarsten. Maar de ambitie is niet gering, en Brugge leent zich uitstekend voor kleinschalige, verstilde ingrepen. Na de legendarische ‘poëziezomers’ zet de stad meteen twee nieuwe seizoenen op de kaart.

      ‘Poëzie in dubbeltijd’ opent op 23 januari en loopt tot 23 mei. Dagelijks behalve maandag van 9.30u tot 12.30u en van 13.30u tot 17 uur.

      www.dubbeltijd.be

    Voor een interview op WTV: http://www.focus-wtv.tv/programma/transart/transart-praat-met-de-organisator-van-de-djangofollies vanaf 8 minuten 15.

    Advertenties

    Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

    Google+ photo

    Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

    Verbinden met %s