sleutelgeluk: de speech!

De avond voor gedichtendag, woensdag 26 januari 2011, werd in Tielt het stadsgedicht voorgesteld waaraan ik samen met de inwoners van Tielt heb gewerkt. Het was een prachtige avond waarop ik ook een speech heb gegeven alvorens het gedicht te lezen. Die speech kan je nu hier integraal lezen. Ter leering ende vermaeck.

Hallo Tielt,

Ik zal deze speech maar beschouwen als mijn allerlaatste column dat ik schrijf. Graag wil ik, vooraleer ik naar het moment suprême overga en het gedicht aan jullie voorlees, nog even wat ervaringen en bedenkingen maken bij dit project.

Toen Hendrik, onze cultuurbeleidscoördinator, me eind 2009 contacteerde met de vraag of ik wilde meewerken aan een poëzieproject in Tielt, dacht ik meteen: o-ow, straks word ik stadsdichter! Tegenwoordig zie je dat heel veel steden en gemeenten zichzelf een stadsdichter aanmeten. Het geeft de stad wel een bepaald cachet, maar aan de andere kant is het tegenwoordig ook niet meer echt origineel. Toen hij in plaats daarvan het project rond IedereenDichter voorstelde, was ik meteen overtuigd van het geweldige initiatief. Dit was tenminste eens iets anders en naar mijn ervaring wellicht ook uniek in dit taalgebied.

Ik heb de taak het voorbije jaar dan ook erg graag gedaan. Ook al was het niet altijd even gemakkelijk. Ik merk immers op dat er zowel in het begin als op het einde van het project meer deelnemers waren dan in de middenperiode. Misschien had de zomer en de grote vakantie daar iets mee te maken, wie weet. Toch is het me, hoe klein het aantal deelnemers ook was, toch steeds gelukt om een mooi vervolg aan het gedicht te breien. Bovendien wil ik ook opmerken dat ondanks het feit dat er niet altijd veel mensen effectief een zin instuurden naar mij, men mij, overal waar ik kwam in Tielt, aansprak over het project. Dat ze het volgden, dat ze het elke maand met steeds groter wordende nieuwsgierigheid lazen, dat ze het al een goed gedicht vonden, enzovoort. En op de vraag of ze zelf eens iets zullen insturen: dat ze dat liever aan anderen overlaten, dat ze daar niet voor in de wieg gelegd zijn. Ah Tieltenaars, bescheiden volk, het zullen ook nooit Antwerpenaars worden! Gelukkig had ik een schare trouwe volgers die me quasi elke maand mailden om hun steentje bij te dragen. Zij waren het ook die, als ik eens een mail rondstuurde in paniek omdat ik nog geen inzendingen ontvangen had, altijd nog een poging waagden om iets leuks te verzinnen.

Ik ben dus zeer zeker tevreden over dit project, Tielt heeft zich van zijn origineelste en meest poëtische kant getoond. En wat het concrete eindresultaat betreft? Het gedicht? Is dat nu hét goede Tieltse stadgedicht? Ik denk het wel, ja. In het gedicht wordt niet alleen een reis door de Tieltse omgeving gemaakt, maar ook een reis door de tijd. Het verhaal van generaties en generaties Tieltenaren wordt erin belicht. Bovendien wordt de metafoor van het begin, het klavertje vier, dat voor geluk staat, op het einde geplukt. Ronder kan de cirkel niet zijn! Een dergelijk afgewerkt gedicht bekomen, is wel erg straf voor een project waarbij iedereen zich dichter gaat wanen.

Misschien toch nog twee bedenkingen. Het is immers een interessante vraag of ik zelf ooit een dergelijk gedicht zou schrijven over Tielt. Het antwoord is: absoluut niet! Vooreerst is het gedicht naar mijn normen veel te lang en veel te breed! Ik houd liever van korte gedichten, gedichten die maar een glimp weergeven van wat bedoelt wordt. Dat kan je het Tieltse stadgedicht niet nageven, alhoewel er uiteraard meer te vertellen valt over Tielt. Maar toch, zo’n gedicht, het is toch wel een kolos naar mijn normen. Maar hoe kon dat ook anders. Als je een jaar aan één gedicht schrijft, mag het ook wel wat body hebben. Stel je voor dat ik, in plaats van elke maand twee zinnetjes erbij te plakken, er elke maand slechts twee woorden bij zou plakken! Dat ware wellicht praktisch, maar niet haalbaar omdat je er niet kunt van uitgaan dat iedereen mee is met die ene gedachtegang. In het stadsgedicht zitten meerdere gedachtegangen, namelijk die van alle personen die hebben meegewerkt en ingestuurd, inclusief mijzelf. Geen wonder dus dat ’t lang en breed geworden is.

 Ten tweede, wat mij ook opviel, toen ik het gedicht aan het schrijven was, was dat de Tieltenaren of de poëtische zielen toch onder hen, enorme fan zijn van het archaïsche taalgebruik. Men spreekt over ‘het klokgelui der toren en de held’re sterre alwaar van heinde en verre de tieltenaren alover de kasseien rondwaren’ enzovoort enzovoort. Rijm, ja ook daar waren de meeste inzenders voorstander van. Dat is allemaal mijn stijl van dichten niet. Ik houd van eenvoud en pasklare woorden. Ik heb dus, bij de constructie van het gedicht die escapades een beetje binnen te perken trachten te houden. Ik jubelde toen er eindelijk eens het gedurfde woord ‘remix’ werd ingestuurd. Toch, de voorliefde voor de ‘theatrale taal’ schemert wel nog door in het gedicht. Immers, het is niet mijn gedicht, het is dat van de Tieltenaren en als de Tieltenaren het theatraal willen, zo zij het. Daarom vind je in ons gedicht woorden als ‘klokkenlied’ ‘gelijk’ (in de betekenis van ‘als’) en ‘ommeland’, laat het een ode zijn aan al die nostalgische zielen onder ons.

 Goed. Dat was het, maar vooraleer ik het gedicht voorlees, wil ik graag nog enkele mensen bedanken: vooreerst het Tieltse stadsbestuur en de cultuurbeleidscoördinator die dit project mogelijk hebben gemaakt en het in goede banen hebben geleid en als tweede uiteraard alle mensen die hun stoute schoenen aangetrokken hebben en me met hun poëtische uitspattingen bekogeld hebben. Zonder hen was er geen gedicht! Ik had het al even over mijn schare trouwe volgers.  Zeker hen wil ik dus bedanken!

 Oké, alles is gezegd, dan lees ik nu het stadsgedicht voor! Aandacht! Aandacht!:

sleutelgeluk

stad met je drie dorpen, net als een klavervier,
je daken deinen op en neer met de adem van je mensen.
stappen wekken je straten. gebel, geronk, gelach.
en helder klinkt en kaatst en warmt al over je markt een klokkenlied.
een melodie van weleer is het, in een voortdurend nieuwe remix.

het is de jeugd die over je vel krioelt en je schoolbanken bezet,
zij leren kussen op je kasseien en huwen later in je hof.
ze nestelen zich in je takken, stoeien met hun kroost,
wieleren langs je wenkende wieken en rond los gestrooide boerenhoven.
ze wandelen en handelen, gelijk in een bijenkorf,
zo waaiert je hartslag al over je ommeland de verten tegemoet.

en ’s avonds? dan komt iedereen in je thuis, zet men zich
te rusten op je bankjes in ’t vredespark of ’t patersbos.
oud geworden zijn je bewoners verweven met je straten,
keuvelend kaderen ze je telkens weer in verzen van vroeger.

wanneer de nacht je dan weer toedekt en alle geluid verstomt
is het klavertje geplukt. nergens anders dan bij jou, Tielt,
brengt dat zoveel geluk!

Advertenties

Een gedachte over “sleutelgeluk: de speech!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s