Cutting Edge recenseert ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’

Een eerste recensie van mijn tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ is zopas verschenen op Cutting Edge. Je kunt hem hier lezen of ook doorklikken naar de website.

Sylvie Marie, ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ (2011)

Bladeren in dagen

Marie_toenjemetenhuwelijkvroeg

Met ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ levert dichteres Sylvie Marie haar tweede bundel af. Haar eersteling, ‘Zonder‘, werd zeer goed ontvangen. Haar nieuwe bundel verschilt in vele opzichten van de eerste, maar mag er eveneens zijn.

De omslag van het boekje oogt koel: blauwe tinten domineren op de foto en de blik wordt de hoek ingedreven van een huiskamer met allerlei stopcontacten en aansluitingen aan de muur net boven het tapijt en de plint. Het is een eerste aanwijzing dat we niet te maken hebben met een rooskleurig, mierzoet liefdesverhaal.

Daarmee is niet gezegd dat Marie de liefde niet als leidraad neemt in deze gedichten. Ze kiest echter voor een niet-chronologische opbouw, in tegenstelling tot wat de titel doet verwachten: hier geen verhaal van begin tot einde verteld. De liefde is niet het doel of het eindresultaat; het is slechts de opening om oude verhoudingen te hernemen en om nieuwe situaties af te tasten.

Dat wordt geïllustreerd door het gedicht dat op zichzelf de eerste afdeling, ‘beginnen’, vormt. Het gaat over wat er nodig is voor het tot stand komen van iets dat kan leiden tot een huwelijk (‘hij zou haar bloemen moeten brengen, / een vaas en kraanwater’) en hoe moeilijk het kan zijn om écht met iemand te zijn (‘het is dat / hij zich geen blijf weet met zijn houding … zou ze ook geen zaken zoeken om achter / te verdwijnen’). Het einde van het gedicht drukt uit dat er geen einde mag zijn aan waar het gedicht over gaat, maar dat alles telkens opnieuw moet beginnen, verteld moet worden: ‘sommige sprookjes verlangen / ‘er was eens’.

De bundel telt nog acht afdelingen. In de eerste daarvan, ‘vasthouden’, toont Marie opnieuw dat ze niet geïnteresseerd is in een lineair verhaal. In drie gedichten schetst ze verhoudingen tot drie geliefden die haar aan de hand nemen, die ze de hand geeft en die ze zelf uiteindelijk aan de hand houdt: een vader, een geliefde, een kind. In de afdeling erna, ‘toen je me ten huwelijk vroeg, wou ik nog het volgende’, maakt ze opnieuw een drie-eenheid, maar dan van liefde voor iemands toekomst, heden en verleden. De ik-persoon wil ‘je toekomst bestuderen als een wezen / onder de microscoop’, ‘je lichaam bezoeken als een tentoonstelling’ en ‘in je dagen bladeren als stonden ze in een archief’.

Geen van de gedichten of afdelingen zijn liefdesgedichten als serenades. Binnen het frame van de liefdesrelatie is er eenzaamheid, angst, onzekerheid, de dood en al die andere dingen die het leven poëtisch gezien zo interessant, zo duister maken. Marie is vaardig in het vangen van het kiezeltje in de schoen, en dat in eenvoudige beelden en bewoordingen. Absoluut hoogtepunt van de bundel, ook in het zojuist beschreven opzicht, is het gedicht over de ik die, ‘omdat ik geen vis meer wou zijn’ zich ooit uit het water wierp. Maar er is geen rust op de oever, en de hoofdpersoon vindt zich ‘onderhandelend met de golven of terugkeren / mogelijk is’. De zee verwelkomt de ik-figuur, die zich in de ene strofe nog lekker maakt in het vooruitzicht (‘wat is dat krampachtige happen toch goddelijk’), maar die we even daarna, letterlijk, ten onder zien gaan: ‘ik heb inderdaad naar adem / gehapt’.

Dat Marie toch een geslaagde afdeling, ‘posities van perfect geluk’, weet te schrijven waarin dat kiezeltje in de schoen, dat duistere, ontbreekt, tenzij als de voorafschaduwing ervan, is een illustratie van haar kunde. Bovendien maakt ze het liefdesverhaal, hoe onconventioneel opgebouwd ook, met die lichtere, maar niet ongewichtige toets compleet.

De gedichten zijn alle titelloos, wat doet vermoeden dat de afdelingen in feite op te vatten zijn als cycli. Daar schuilt ook een aangrijpingspunt voor kritiek: de cycli als gehelen voldoen, maar sommige afzonderlijke gedichten zijn zodanig uitgebeend dat er meer dan enkel overtollig vlees geloosd werd. In het verband van de cyclus vervullen ze een rol, maar op zichzelf verwaaien ze. Moeten de gedichten afzonderlijk of de compositie van het geheel, oftewel de bouwstenen of het gebouw, de basis zijn voor waardering? Uitgaande van de eerste optie is de bundel, met een aantal prachtige gedichten, geslaagd voor de test. Uitgaande van de tweede geven we er de vlag en wimpel bij.

Anna De Bruyckere

© Cutting Edge — 15 Aug 2011
images © Vrijdag en Podium

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s