Juryrapport JC Bloemprijs

Helaas, de JC Bloemprijs heb ik niet gewonnen, maar ik ben vorige zaterdag wel naar Steenwijk afgereisd voor de uitreiking van de prijs aan Mischa Andriessen. De voltallige jury (Gerdi Verbeet, Hanz Mirck en Ester Naomi Perquin) en ook de andere genomineerden waren er. Het was een prachtige namiddag waarin ook het hele juryrapport werd voorgelezen. Ik zet het graag op deze blog:

De J.C. Bloemprijs is de meesterproef voor jonge dichters; na hun debuut is het de grote vraag of ze een eendagsvlieg waren, of dat hun productie zich bestendigd heeft. Het is niet eenvoudig om al die verschillende stemmen die opklinken in de Wollewei van de poëzie met elkaar te vergelijken en vast te stellen of wat de kwaliteit en de onderlinge verhoudingen hiervan zijn. Ondertussen moest de jury ook nog de huidige stand van de literatuur in de gaten houden; welke stromingen zijn leidend en wie zingt zich daarvan los? We hoopten op frisse, originele stemmen die toch volwassen klonken, die het waard waren langer dan één gedicht naar te luisteren. En die op papier ook na herlezing bleven boeien. Onze opdracht was om zulke dichters te vinden en onder de aandacht te brengen. En we hebben ze inderdaad gevonden. Vijf jonge dichters, vijf opmerkelijke bundels.

In De dingen gebeuren omdat ze rijmen worden we uitgenodigd een wonderlijk terrein te betreden – het terrein waar Nyk de Vries zich ophoudt. Het Friesland van zijn jeugd, bekeken met een blik die uniek is. Bijbelgezelschappen lopen door de straten, er zijn foto’s in omloop die van de hand worden gewezen en een hamster sterft stuiptrekkend op de vloer van een café. Nyk de Vries beschrijft het allemaal helder en onverstoorbaar, maar nergens onderkoeld. Zijn proza-gedichten lijken sterke verhalen, gecombineerd met de spanning van de compacte vorm en het beweeglijke van de muziek. De dingen gebeuren omdat ze rijmen is een rijke, geestige bundel die nog lang in je hoofd na blijft zoemen.

In Naar de daken mengt Bernard Wesseling zonder scrupules het vederlichte met het loodzware. Soms doet hij dat zo goed dat niet langer helder is wat in welke categorie valt. In zijn gedichten wordt de dood gepareerd met een handjevol grappen, trekt angst de nuchterheid onder de woorden uit of zoekt iemand onwennig raad van hoger hand. ‘Het hogere heeft zich afgewend, lijkt wel, / nu dat het zich nodig weet.’ Voor een dichter die bekend staat om zijn vaart en humor getuigt van het van ontwikkeling en lef om een thema op te zoeken waaraan heel wat voorgangers zich vertilden. Wesseling laat in Naar de daken zien dat het mogelijk is: eigenzinnig het stervensbesef binnen banjeren, om er voorgoed veranderd uit terug te keren.

Toen je me ten huwelijk vroeg is een bundel over de nadrukkelijkheid van wat verdwenen is en soms over tot stilte manend geluk. In een huiselijke setting en in dromerige maar sobere taal worden thema’s aangekaart waaraan niemand ontkomt: hoe afwezigheid zich aan kan dienen en op kan dringen. ‘Zo kruipt de stilte bij mij in bed op jouw plaats, schurkt zich tegen me aan.’ Sylvie Marie is een dichter die het geluk niet schuwt – omdat ze het niet helemaal lijkt te vertrouwen. Het gevolg is een bundel waarin huiselijkheid een cocon wordt, een vesting tegen omringend gevaar – dat echter nergens helemaal bezworen wordt.

Er zijn niet veel dichters die zo onverstoorbaar hun eigen gang durven gaan als Henry Sepers doet in Spreekt de troubadour. Hier is het de krachtige lyriek die de lezer bij de haren grijpt. Een volstrekt eigen geluid dat benauwd maakt en van benauwdheid getuigt. In bijna alle gedichten in deze bundel worden, met een steeds voelbare frustratie over de begrenzingen van de taal, liefdes en lichamen verkend. ‘Woord is een virus dat zich in je nestelt, het grijpt je aan, je lichaam wordt klankschaal…’ Sepers weet wat hij doet. Hij grist zijn gedichten onder de bemoeizuchtige klauwen van de tijdsgeest weg.

Huisverraad van Mischa Andriessen is een bundel waarin haast ieder personage de weg kwijt is – en dat ontkent, vergeten is of probeert te negeren. ‘Elke bestemming is een leugen.’ Uit kale, suggestieve taal worden gedichten opgetrokken als kleine dreigementen of grote avonturen. Als lezer word je op exact de juiste afstand gehouden – steeds is er de spanning van het machteloos toekijken, het in willen grijpen. Andriessen geeft met Huisverraad, meer nog dan met zijn debuut, blijk van een groot talent om met kleine observaties en scherpe regels zijn poëzie onder hoogspanning te zetten. Het resultaat is een bundel die dwingend aanwezig blijft en in vele opzichten uitblinkt – een bundel waar de jury in blééf lezen.

Een bundel die vandaag bekroond wordt met de J.C. Bloemprijs.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s