‘Rennen. Stop.’

  Voor Thomas Blondeau

Soms komt nieuws zo hard binnen dat je ervan bevriest. Je bent aan het multitasken op je pc. Er staan al tig vensters open en de toerenteller in je hoofd gaat in het rood. ‘Wat ging ik nu weer doen? O ja, dat. Maar eerst nog dat…’ De vensters van de sociale media bekijk je ook nu en dan. Het is een reflex geworden, een automatisme waarvan je de bedoeling nog steeds niet goed kunt uitleggen. Ontspanning is het meestal niet, al hoop je het vaak wel. ‘Er was ooit eens een rapport dat zei dat werknemers beter werkten met Facebook op. Er is ook een studie die net het tegendeel beweert.’ Het is vaak pure nieuwsgierigheid. ‘Even klikken. En dan snel weer aan de slag.’ Maar meestal blijf je scrollen tot je jezelf voor het hoofd slaat.

En dan zie je plots dat bericht. Iemand, iemand jongs, een jonge auteur, is overleden. Er staat ‘een natuurlijke dood.’ ‘Alsof dat het nog erger maakt.’ Hij heeft er niet voor gekozen. Hij is jonger dan veel mensen die je kent. Dat is een referentie. Het leven stopt, radioruis in je hoofd. Jij laat je vingers rusten op het klavier, staart naar wat er in dat venster geschreven staat en vergeet te ademen. Pas wanneer je plotseling ontdooit doordat je borstkas ongecontroleerd weer de hoogte in gaat, besef je dat je even bevroren was. Je rilt en wrijft over je bovenarmen. ‘De verwarming moet hoger.’

Maar je blijft zitten. Nu klik je alle andere mediasites open. Overal hetzelfde bericht. Hier en daar gewijzigd. Je leest alles van begin tot einde, scrollt van statusupdate naar statusupdate. ‘RIP. Broer. Vriend. Ontzet.’ Het leven valt stil, de dood verspreidt zich als een inktvlek over het hele net. Iedereen heeft wat te melden. Iedereen legt links. Een ontmoeting hier. Een quote daar. Een nieuw web wordt geweven. Je slikt.

Het doet raar om een halfuur later te ontwaken uit de trance waarin het net je heeft gebracht. Als je opstaat en met je duimen de ruggen van je vingers warmwrijft (je maakt een vuist), denk je weer aan de radiator. Beneden in de hal druk je op een knopje van de thermostaat en stop je bij het boekenrek. Je zoekt het boek. Een kortverhaal van hem. Een deken en een sofa verder ben je weer in trance. Dit is de stem zoals hij klinkt zonder te zijn gestorven. Dit is de plek waar het leven zich verspreidt.

En dan hoor je plots gekreun door de babyfoon. ‘Ik moet rennen.’ Maar je houdt je in. Hij valt misschien opnieuw in slaap. En misschien kan je nog eerst… ‘Wat was ik eigenlijk aan het doen?’

Advertenties

Een gedachte over “‘Rennen. Stop.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s