Mijn brief aan Maggie De Block

Precies een maand geleden werd mijn zoontje Levi geboren. Ik deed voor de zwangerschapsopvolging, de bevalling en de nazorg beroep op de lieve vroedvrouwen van ’t Geboortehuis. Onlangs deden zij op Facebook een oproep om meer aandacht te vragen voor hun onbetaalbare, maar helaas onderbetaalde job. Ze vroegen om massaal geboortekaartjes naar de minister van volksgezondheid Maggie De Block te sturen. Dat deed ik vandaag, maar ik stak er ook een briefje bij. Bij deze:

Gent, 28 juni 2016

Geachte minister De Block, beste Maggie

Ik weet het, ik ben laat met mijn kaartje. Precies vandaag is mijn zoontje een maand oud en u hebt nu pas de blijde aankondiging in handen. Mijn excuses. Het is maar dat ik u meteen ook een brief wilde schrijven en – u weet het of u weet het niet – een brief schrijven is tijdens de kraamtijd een heuse opdracht. Voor deze brief had ik dan ook een paar dagen nodig.

Maar ik wilde het echt. Ik wilde u niet zomaar mijn kaartje sturen met de boodschap: ‘onze vroedvrouw: onbetaalbaar voor ons, onderbetaald door de overheid.’ Neen, ik wilde u persoonlijk vertellen wat de vroedvrouw voor mij gedaan heeft. Zodat u weet wat ‘onbetaalbaar’ bijvoorbeeld, onder andere, kan betekenen.

Ik zou u het volgende kunnen vertellen. Dat ik het eens voor u heb uitgetest. Een kind op de wereld zetten zonder vroedvrouw, en dan een kind op de wereld zetten met. En u dan op de verschillen wijzen. Maar dat is nogal kort door de bocht natuurlijk. Het is immers nooit mijn bedoeling geweest om ‘zonder’ vroedvrouw een kind op de wereld te zetten. Helaas bleek het daar bij mijn eerste bevalling wel op neer te komen, want een vroedvrouw, daar kies je maar beter bewust voor. Bij de eerste bevalling had ik nooit echt bij hun bestaan stilgestaan. Dus een keuze om zonder hen te bevallen was het eigenlijk niet.

Lang wil ik het niet over die eerste bevalling hebben, het is immers vooral mijn bedoeling het over mijn ‘onbetaalbare’ ervaring te hebben, maar heel kort kwam het op het volgende neer: ik wandelde onvoorbereid alleen een ziekenhuis binnen na enkel te zijn opgevolgd door een gynaecoloog en kwam er terecht bij steeds wisselende mensen die me in een medische cascade loodsten. Ik eindigde met een spoedkeizersnede en een quasi postnatale depressie. Ik voelde me schuldig en tegelijk machteloos over hoe de dingen waren verlopen. Ook schaamte stak de kop op, ik vond dat ik gefaald had, ik haatte mijn weerloze lichaam.

Die emoties hebben zo’n drie en een half jaar aangehouden. Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap maakte het niet beter (“alweer een mislukt probeersel”) en al te kritisch keek ik naar mijn nieuwe zwangerschap (“we zullen zien, we zullen zien”). En ja, ook over de bevalling maakte ik me weinig illusies (“dat ze me maar gewoon verdoven, als ik achteraf een gezonde kleine krijg, zal je me niet horen klagen.”).

Onvoorstelbaar, maar het tij is toch gekeerd. Uiteindelijk was het Celia Ledoux (zoek die naam op, mocht u haar nog niet kennen) die me wakkerschudde: “Niet jij hebt fouten gemaakt, heb vertrouwen, zoek hulp.” Ik geloofde het, en net op tijd. Ik was al zes maanden zwanger toen ik plots actie ondernam en deed wat geen enkele andere bijna hoogzwangere, volgzame en vooral schuldbewuste vrouw aandurfde: veranderen van gynaecoloog en van ziekenhuis. En vooral: contact opnemen met de vroedvrouw. In mijn geval vond ik mijn plaats bij ’t Geboortehuis in Gent, een team van zes warme persoonlijkheden. Voortaan zouden zij bij mij de reguliere consultaties doen en samen maakten we ook plannen voor een door hen bijgestane bevalling in het ziekenhuis: ik wilde ondanks mijn keizersnede toch nog eens proberen om zo natuurlijk mogelijk te bevallen.

Ik heb ook een cursus ‘mindful bevallen’ gedaan bij ’t Geboortehuis. Kwestie om meteen ‘all the way’ te gaan. En laat me het maar meteen zeggen. Die sessies bij Véronique – die deels bestonden uit meditatie, deels uit discussie en demonstratie – waren alles behalve een extraatje. Want weet u, er waren best heel wat dingen die ik niet wist. De bijeenkomsten, waarop ook de partner was uitgenodigd, bleken stuk voor stuk eye-openers te zijn. Ik heb er antwoorden gekregen op vragen waaraan ik simpelweg nog niet gedacht had. En dat is best verbazingwekkend. Hoe is het mogelijk dat we zo weinig weten van datgene wat onze natuurlijke taak is: het baren en op de wereld zetten van een kind? Hoe is het, bij uitbreiding, mogelijk dat we zo vervreemd zijn van hoe ons lichaam reageert en werkt? Daarom: die sessies zouden verplicht moeten worden. Niet alleen om de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van een zwangere vrouw te bevorderen en te maken dat ze weet wat er gaande is als de dag van de bevalling aanbreekt, ook niet alleen om te bekomen dat ook de partner ten volle betrokken is bij het proces, maar vooral om ervoor te zorgen dat de zwangere vrouw en haar partner ten volle uitkijken naar de dag van de bevalling. Want inderdaad, naar de bevalling kan je uitkijken: niet als een obstakel waar men ‘door’ moet om een kind te bekomen, maar als een wonder waar men in kan duiken zodat je met nog veel krachtigere armen je kindje in ontvangst neemt.

Net geen 41 weken was ik toen de bevalling zich aandiende. Wees gerust, een al te gedetailleerde omschrijving zal ik u weerom besparen, die zes pagina’s heb ik voor mezelf al uitgetikt, maar laat het duidelijk zijn dat de vroedvrouw voor mij inderdaad het verschil heeft gemaakt tussen opnieuw een traumatische ervaring en de euforische belevenis die ik deze keer heb gehad. Niet dat ik de geboorte van mijn tweede zoon op een zilveren schoteltje kreeg gepresenteerd, integendeel. Maar de mogelijkheden die ik ter beschikking had, de keuzes die ik kon maken tijdens het traject, het positieve gevoel dat ik bij de situatie had zoals ze zich aandiende; alles werd me stuk voor stuk ingefluisterd door ‘de’ vroedvrouw. ‘De’ vroedvrouw die me in de hoedanigheid van Véronique zoveel moed en kracht verschafte, ‘de’ vroedvrouw die me in de huid van Karolien, Ruth, Céline en Sanne bij een consultatie bestookte met kennis en vertrouwen en tenslotte, ‘de’ vroedvrouw die me in de verschijning van Angelique tijdens mijn arbeid aanmoedigde, oppepte, informeerde, adviseerde en stimuleerde. Zonder ‘haar’ had ik het allemaal niet gedaan. Neen, ik weet het zeker: zonder ‘haar’ had ik de tien nooit gehaald. De tien centimeter, die vooreerst, maar ook de tien op tien voor euforie, enthousiasme en zelfvertrouwen voor, tijdens en vooral, na de geboorte. Hier zijn veel kosten bespaard gebleven, allemaal dankzij ‘haar’.

Ik weet nog dat ik Angelique tijdens mijn ‘bootcamp’ – zo noemde ze het zelf terwijl ze me nog een trap liet beklimmen – heb gezegd dat ze haar geld waard was. Daar moest ze om lachen. Vanzelfsprekend. Maar ik hoop dat u, als minister, deze stelling serieus neemt en de vroedvrouwen geeft wat hen toekomt, want ze zijn het inderdaad waard. Elke mama verdient het om sterker en niet zwakker te worden gedurende zo’n ingrijpende levensfase. En dat kan, dankzij de vroedvrouw. U zult het overigens zien: in een maatschappij vol aangesterkte mama’s wordt het nog een stuk beter toeven.

Van harte
Sylvie Marie
schrijver, maar ook ‘gewoon’ een trotse mama.

 

Advertenties

Een gedachte over “Mijn brief aan Maggie De Block

  1. ontzettend mooi verwoord! Alle vrouwen verdienen een bevalling waar je krachtiger uitkomt! Met de juiste mensen en voorbereiding kun je een mooie bevalling hebben, waar je de rest van je leven kracht en vertrouwen uit kunt putten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s