Ze noemen dit met de deur in huis vallen, maar…

Je kunt vanaf september – en dat is dus echt over anderhalve dag al – weer wekelijks schrijfles bij me volgen!

En dat in:

  • Tielt op maandagavond
  • Gent op woensdagavond
  • Ieper op zaterdagvoormiddag

Er valt ongelooflijk veel over deze opleiding te vertellen. Dat die niet voor doetjes is, bijvoorbeeld, maar voor dat soort dat, na succesvol uit een brandend huis te zijn geëvacueerd, terug naar binnen rent om er de boekencollectie te redden. Grote kans dat dit type na enig aarzelen dan toch maar ook zijn eigen vervloekte manuscript uit het vuur sleept.

Voel jij je aangesproken? Durf je het aan om wekelijks zelfgeschreven teksten te delen, feedback te geven op die van anderen en vooral veel boeken en schrijvers te verafgoden? Stuur dan een mail naar sylviemarie@gmail.com met in het onderwerp Tielt, Gent of Ieper. Dan stuur ik jou alle details. Het wordt gegarandeerd spectaculair.

 

Schermafbeelding 2018-08-30 om 14.33.33.png

Trouw recenseert Houdingen

De gedichten van de Vlaamse Sylvie Marie zijn klein en intiem

CULTUUR

Janita Monna 

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. © Maartje Geels
POËZIE

Al meer dan een decennium draait ze mee in de poëzie: de Vlaamse Sylvie Marie. Vier goed ontvangen bundels staan er inmiddels op haar naam. Ze is gevestigd, zou je kunnen zeggen, al heeft haar werk nog altijd iets jongs.

U krijgt 5 artikelen van Trouw cadeau. Dit is nummer 1 .

Onbeperkt onze artikelen lezen? Digitaal Basis € 2.50 per week.

‘Houdingen’ verscheen onlangs, twee grillig getekende figuren op het omslag. Ze pakken elkaar vast bij het hoofd. Ongeveer zoals Marie beschrijft tegen het eind van de bundel: “het doet deugd wanneer je gewoon / mijn hoofd vastpakt: / je handen als schelpen / om mijn oren – het ruisen horen – / en je duimen aan mijn mond.”

Het is klein en intiem, zoals veel gedichten van Sylvie Marie dicht bij huis blijven. Ze cirkelen rond een ‘ik’ en een ‘je’, die soms ‘we’ worden. In eenvoudige, spreektalige zinnen die voorzichtig bijeengehouden worden door klank, wordt een wereld opgetrokken waarin weinig beweging te bespeuren is, die soms zelfs stilstaat. Zoals in het openingsgedicht van de bundel, met het krachtige begin: ‘veel vaker dan ik wil, wacht ik op bloed’.

Die toestand van stilstand laat Marie haast vertraagd verglijden naar toenadering en uiteindelijk verwijdering.

Toestanden van verlies

‘Houdingen’, de afdeling waar de bundel zijn titel aan ontleent, onderzoekt de ‘toestanden van verlies’. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met een vaas als de bloemen verdorren? Wat gebeurt er met de achterblijver? Die kan verlangen naar verzorging, of in een soort apathie verzinken, binnenskamers televisie kijken, zappend langs ‘sitcoms, disney’, zo het harde nieuws op afstand houdend: “soms hoor ik over aanslagen, / soms ontploft er iets, / het is niet mijn kop thee.”

Marie heeft een fijn gevoel voor openingszinnen. Huiveringwekkende: ‘vroeger zag ik moeder vaker varkens de kop in slaan’; beeldende: ‘de nacht is een kofferbak’; intrigerende: ‘en dan ineens de wens de mens / te vinden die als eerste de leugen bracht’.

Maar het lukt niet altijd om de geladenheid van die eerste woorden in de rest van het gedicht vast te houden. En soms, zoals hierboven, is het spel met taal, vertaling en de daaruit vloeiende dubbelzinnigheid, gemakzuchtig. Nu en dan ook ligt de symboliek er bovenop. Dan duiken in een precieze beschrijving van het doordrukken van een pillenstrip, woorden op als ‘bolle buik’, ‘brekend water’, ‘kinderhoofdje’ – wordt hier dan niet zomaar een pilletje geslikt, wordt een zwangerschap voorkomen?

Toch slaagt Marie er op andere momenten in om haar bijna moeiteloos verwoorde houdingen een onverwachte, donkere toon te geven, wordt verlies een toestand die nooit overgaat: “trek terug, / de knieën tot onder de kin, armen / als vleugels eromheen. (…) // er zijn veel mensen die zo jarenlang/ in kelders zitten”.

De ‘ik’ veert uiteindelijk terug, ‘ontwaakt’ en hoort het bloed waarop gewacht werd ruisen, als de zee.

Geslaagd zijn de momenten waarop Marie’s verstilde regels even schuren. Maar dat duurt in ‘Houdingen’ nooit erg lang.

trek terug,

de knieën tot onder de kin, armen

als vleugels eromheen.

in deze houding kun je jezelf wiegen,

gebruik je de voeten optimaal,

rol ze af van hiel naar teen en terug.

er zijn veel mensen die zo jarenlang

in kelders zitten, ze rennen

hun eigen armen in, rollen zich op

als foetussen binnen de wand.

ze worden geboren

en plooien dan weer terug.

Sylvie Marie
Houdingen
Vrijdag; 56 blz. € 16,50

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Tzum recenseert Houdingen

Erik-Jan Hummel is erg enthousiast over Houdingen op Tzum. Ik ben er erg erg blij mee!

—-

‘al die fracties samen gillen mijn kleine verzet’

In de bundel Houdingen van Sylvie Marie verzet het ik-personage zich met kleine gebaren. Verwacht van deze dichter geen grote woorden of filosofische inzichten, maar lieve en tedere gedichten. Deze zijn goed te vergelijken met haar gedichten uit eerdere bundels ZonderToen je me ten huwelijk vroeg en Altijd een raam. De taal is bewust klein gehouden: er staan geen zinnen in die vragen uitgeschreeuwd te worden, de klankrijmen zijn niet te opzichtig, maar functioneel, en ook staat in de hele bundel geen hoofdletter. Dat past goed bij de intieme, pretentieloze, maar originele poëzie van Sylvie Marie.

In deze bundel krijgt de ik-figuur nogal wat te verduren, zo verwacht de ik bloed (‘veel vaker dan ik wil, wacht ik op bloed,’), verlangt de ik naar zwakte (‘het onstuitbare verlangen naar een ziekenhuis,/ niet om ziekte, wel om zwakte’) gaat de relatie niet alleen meer over rozen (‘nu// nemen we poses aan/ waarop in documentaires/ de voice-over stokt’) en gaat de ik bijna dood (‘haalde ik voor alle keren dat ik aan de zeis ontsnapte/ een schep aarde uit de grond, ik had een kuil als graf.’). Dat de relatie niet helemaal schokbestendig is blijkt ook uit het kortste gedicht uit de bundel:

en wij maar denken dat we van onbedaarlijke interesse
als lange, luizige kattenharen aan elkaar blijven klitten,
je houdt niet voor mogelijk hoeveel mensen sterven
nog voor ze hun laatste woorden zeggen.

Het beeld van de klittende kattenharen is origineel en een goede samenvatting van haar eerdere bundels: de verwachting altijd bij elkaar te blijven. In deze bundel is die intimiteit niet langer vanzelfsprekend en moet de ik die intimiteit weer terugverdienen, naast alle persoonlijke, bloedige ellende. Dat de ik op bloed wacht, en zich daar weerloos tegen teweerstelt wordt verklaard door het volgende gedicht:

vroeger zag ik moeder vaker varkens de kop in slaan
soms zei ze dat ze de hamer ook voor ons zou halen.

het is – zei ze ook – van groot belang
dat een varken niet weet dat het zal sterven;
gaat het wild tekeer net voor de slag,
dan zuigt het vlees zich vol bloed
en is het reddeloos verloren.

zo heb ik geleerd me in te tomen –
moeder vertelde de dingen op het juiste moment.

vandaag krijg ik geen raad meer mee,
op dit geschrokken vlees landt de hamer
waar hij al jaren naar verlangt.

Als dan ook nog eens het beeld van de mensheid niet vrolijk maakt (‘en dan ineens de wens de mens/ te vinden die als eerste de leugen bracht/ je zou hem willen ompraten, al/ besef je snel: er is geen beginnen aan.// het is dat we zo gemaakt zijn.’ En verderop: ‘je bent maar een popje, strak/ aan de touwen.’), dan lijkt de bundel een depressief geheel te worden. Gelukkig komt de ik in verzet, en is dat verzet, net als de poëzie van de dichter, bewust klein, lief en teder. Zo wordt het bloed bijvoorbeeld positief gebruikt:

gewond zijn is mijn besluit,
het stelpen zal ik laten.

niet dat ik dweep met bloed, vroeger
kon ik daarin overdrijven

maar als ik sporen nalaat,
vind je mij tenminste terug.

Het gevaar bij het recenseren van deze bundel is dat de recensent vrijwel oneindig wil citeren, zo precies zijn de zinnen geformuleerd en zo krachtig zijn de beelden. Zo lief en teder is het personage dat ten tonele wordt gevoerd. Het is lastig om deze bundel te lezen en niet vertederd te raken. Dat maakt Sylvie Marie een sieraad voor de poëzie, die vaker gelezen zou moeten worden. Vooruit, nog een mooi, klein en teder beeld als fractie van ons aller verzet, als intiem voorstel van de dichter aan de lezers:

we zouden kunnen gaan zitten
in een koffiekopje.

je weet wel,
een klassiek,
met schuine wanden,
zodat we telkens naar elkaar toe schuiven.

geen mok, dat niet.
geen grote cilinder
met platte bodem

maar zo’n kleintje,
bol.

misschien dat we daarin
moeten investeren:
van alle kamers kopjes maken.

Erik-Jan Hummel

Sylvie Marie – Houdingen. Vrijdag, Antwerpen, 56 blz. €16,50.