Avondritueel

Mijn vierjarige wil ’s avonds niet meer slapen. Dat is zo sinds zijn broertje werd geboren. Slaap is iets vreemds geworden voor hem, hij gedraagt zich tegenover de slaap als tegenover een vieze, vreemde man. Hij schuilt als het ware achter mijn been voor de slaap. De slaap is geen vriend. De slaap is niet mijn vriend, dat zou hij kunnen zeggen, dat zegt hij wel eens vaker als hij zijn zin niet krijgt. Jij bent niet mijn vriend. Of: papa is niet mijn vriend.

Tot daaraan toe.

Maar de slaap? Alsof hij vreest dat hij ons in de slaap gaat verliezen. Of dat er weer iets bijkomt. Dat zijn gezin, kortom, weer anders is als hij wakker wordt. Net omdat het al zo is gegaan, denkt hij. Hij viel in slaap, lette even niet op, en hop, daar kwam er een broertje bij.

Het is een schat, dat broertje, dat wel. Echt, hij krijgt aaitjes en hij is lief en mooi hoor. Maar hij vertrekt niet meer. Dat broertje gaat niet meer weg. Ook niet door opnieuw te gaan slapen. Neen, met de slaap wordt het niet meer beter. Je kunt niet ‘terugslapen’. Dat ontdekte mijn zoontje al. Terugslapen, in één woord, zoals je ook terugdraaien hebt. Een klok. Het werkt gewoon niet. Er zijn geen hendeltjes aan de slaap.

Er is niets aan de slaap. Geen voorkant, geen achterkant, geen boven en geen onder. De slaap is een blok lucht en zelfs dat nog niet. Je slaat er dwars doorheen terwijl de slaap jou wel overmeestert. De slaap is allesomvattend, laat je je grip op alles verliezen, je lijf, je kamer, je wil, je verstand. Is dat een eerlijk gevecht?

Neen, zegt mijn zoontje, ik wil niet slapen. Of neen, denkt hij, ik zeg eerst dat ik niet kan slapen. Dat is een verschil. Het klinkt hopelozer. En onschuldiger.

Ik kan niet slapen.

Ik moet nog.

Laten we beginnen met… metmetmet pipi!

Of neen, eten. Oh, wat een honger!

Dorst! Een beker water!

Ik wil niet slapen.

Ik kan het niet.

Wat is slaap eigenlijk? Of wie? Wie is slaap? Ik ken de slaap niet. De slaap heeft mij nog niets getoond. Als ik wakker ben, is de slaap verdwenen. En als ik slaap, kan ik niet nadenken over hoe de slaap zich aan mij voordoet. Zo lopen we elkaar telkens mis. De slaap is te groot voor mij. De slaap slaat, de slaap slaat mijn hoofd aan stukken.

En als ik in slaap val, wat betekent dat dan? In slaap vallen. Hoe mensen het zeggen. Waar val ik wel naartoe? Val ik door mijn matras heen? Val ik in de kelder? Oké, ik word wel telkens weer wakker in mijn eigen bed, maar wie kan me garanderen dat ik niet elders ben geweest?

Jij?

Ik kan het niet, ik wil het niet.

De slaap slaat. Ja, op mijn hoofd.

Ik kan niet slapen, ik wil niet slapen.

Slaan doet de slaap. Ik wil het niet, ik wil het niet.

De slaap slaat.

De slaap slaat.

De slaap slaat.

De slaap slaat.

De slaap.

Slaat.

 

Weet je, Mama, ik ga flink zijn.

Ik ga een superklein dutje doen.

Echt, een superkleintje.

En dan.

En dan.

En dan.

Dan.

 

Ja, ik snap hem wel. Uiteindelijk.

Redenen om te vieren: ook KomDichter is stilletjes vijf jaar geworden

Vandaag is op De Contrabas een gedicht van mij gepost. Het gedicht werd er geplaatst ter ere van het vijfjarige jubileum van de weblog. Ik verraste Chrétien Breukers een gedicht dat al bijna even oud is als de blog zelf. Uiteraard valt er wat sarcasme in te lezen, maar waarom niet? Het past toch wel bij de krasse opmerkingen die op de Contrabas soms voor tumult zorgen.

Het mooie aan de verjaardag is vooreerst dat het gedicht, na al die jaren te hebben ‘gewacht’ in een Worddocument, nu eindelijk ook eens van nut kan zijn. Ik dacht immers stilaan dat ik die boel al mocht gaan weggooien. Nog mooier is dat ik bij deze gelegenheid ook besef hoe oud KomDichter nu al is. Ook meer dan vijf jaar al, blijkbaar!

KomDichter? Misschien hebben nieuwe lezers niet eens door dat deze site zo heet, en is het gewoon de stek van Sylvie Marie geworden. Voor deze mensen: welkom op KomDichter. Vroeger stond er zelfs nog een ondertitel bij: … en bekijk het eens van op afstand. Waar is de tijd!

Het begon allemaal op 24 mei 2005 met dit bericht. ‘Kijk eens hoe ondeugend ik ben?’ Onbevangen plaatste ik gedicht na verhaal na verslag. Het was best wel een levendige blog. Een alleerste reactie op het blog werd op het conto geschreven van Prins, een tweede was van X, een derde van Zjoris. Veel lezers waren er niet. Daar kwam een beetje verandering in toen ik een onthullend verslag over een NK Poetry Slam schreef dat prompt door andere sites gelinkt werd. Waw, voor de eerste keer gelinkt worden, dat was een magisch gevoel!

Het waren mooie tijden. De site bloeide, de avonturen van Prins (die naam kreeg hij overigens hier) en ik kregen een vast publiek. Al moest ik ook soms nog wanhopige toeren uithalen, maar daar kwam ook regelmatig iets moois van. Als ik er een hoogtepunt uit zou moeten halen, dan vond ik dit bijvoorbeeld toch wel erg spannend.

Spijtig aan die zaak is dat ik er ook zelf wat voorzichtiger ben van geworden. Gedichten en verhalen zomaar plaatsen? Zelden. Liever nooit. En hoe bevangener ik werd door een steile klim naar dit, hoe minder verslagen ik ook begon te posten. Tegenwoordig is de site niet meer dan een aankondigingsplek voor optredens of publicaties geworden. Eigenlijk vrij saai dus. Als ik nog een uitlating wil doen, dan maak ik er tegenwoordig geen verhaaltje meer van, het is een korte kreet op Facebook geworden. Ik had bijvoorbeeld over het grandioze optreden van Leonard Cohen zaterdag op het Sint-Pietersplein hier anders alvast wat geschreven.

Je begrijpt dat ik dit schrijvende, dit beseffende einigszins somber word. Er is een neiging om terug te keren naar de onbevangenheid en het enthousiasme van de eerste jaren. Ah, misschien hoorde dat ook gewoon bij mijn studentwezen en moet ik gewoon leren dat zo’n tijd sowieso niet eeuwig kan duren. Aan de andere kant kan ik misschien toch proberen om het weer te maken zoals vroeger. Al was het maar een beetje… (pink zegt de pink in de hoek van het oog)

Bij deze melancholische post past een lied van Cohen. Ook omdat hij het gewoon verdient op deze blog vermeld te worden. Wat ligt er meer in mijn macht? (En dan het probleem van niet kunnen kiezen.) Ik kies voor een video waarin ik de man herken die ik zaterdag gezien heb)

O ja, bij deze ook het gedicht voor De Contrabas (zo staat er ook nog eens een gedicht hier):

verwenskaartje

vandaag word jij in de bloemen gezet
we maken een cirkel en plaatsen jou in het midden.
we klappen met de handen,
zo is er altijd iemand die achter je rug
kletst.

of neen, jij écht in de bloemen, tussen de tulpen
en de lelies die allemaal veel jonger, veel kleuriger,
of geuriger zijn dan jij. zorg
dat je niet knapt.

ja, vandaag sta jij in een vaas
zodat we je gewoonweg niet vergeten
af en toe wat water te geven. 

(c) Sylvie Marie

bij deze voor eens en voor altijd

familiepoëzie

soms bekijken ze mij alsof ik maar een knop om hoef te draaien, ik een fontein word en mooie woorden spuit.

en als ik dan voorlees, brandt het op hun lippen: hoe kan dat meisje in de trein, die jongen in de straat meer indruk maken op jou dan ik die trouw, je zus die een kind baart, je oom die sterft?

ik heb al geoefend op dat schaapachtige kijken als in: kan ik eraan doen dat de muze kilo’s op mijn handen legt als er in de familie iets gebeurt?

niet alles wat valt, kaatst scherven terug. of nog: wat betekent  ‘schaduw’ nog als je niet durft te wijken van de boom waaronder je geboren werd?

I.M Dirk Verbruggen

Ook Facebook kan mokerslagen uitdelen. Vreemd dat ook daar nieuws ons als eerste kan bereiken, nu nog sporadisch, binnenkort misschien meer en meer. Vanmorgen hebben wij de pc opgestart, die site geopend en gezien aan iemands status dat Dirk Verbruggen overleden is.

Dirk Verbruggen. Wij kenden hem van zijn boeken. Wij waren allebei dol op De Dagbewaarder, een boekje zo vlot geschreven en klein dat het wel om herlezen vroeg. Prins ging zichzelf zelfs eens te buiten in een lofdicht voor de man.

Daarna ontmoetten wij Verbruggen. Als jurylid van de Jules Van Campenhoutprijs voor poëzie 2008 was de man samen met Rita Van Hauwermeiren, Mark Van Tongele en Theo Slachmuylders heel gedreven geweest in het zoeken naar een winnaar. De winnaar werd Prins, die mocht op het podium gaan staan, naar het juryverslag luisteren,  en een enveloppe en een boeket in ontvangst nemen. Ikzelf kreeg een eervolle vermelding.

Verbruggen genoot van zijn taak als jurylid. Met de winnende en genomineerde gedichten in de hand liep hij later op de receptie rond op zoek naar de mensen achter de gedichten. Hij sprak ons aan, de grote held, rommelde in zijn papieren, duidde woorden aan, gaf complimenten maar wees ook op tekortkomingen. ‘Mijn mond als een mierenhoop, Sylvie, dat vind ik minder’, zei hij. Ik knikte.

Hij vond het belangrijk dat de deelnemers van een wedstrijd feedback kregen. Hij zei: ‘Wat weten de mensen nu eigenlijk nadat ze een wedstrijd wonnen of verloren? Dat het goed of minder goed was, dat, maar nooit echt waarom. Dat is jammer.’  We besloten elkaar gedichten op te sturen en feedback te geven. Toen we samen een sigaret rookten buiten, drukte ik hem een auteursexemplaar van Het Liegend Konijn in handen, hij zou het lezen en zeggen wat hij ervan vond.  Later mailde hij Prins nog om af te spreken ‘voor een glas op een terras aan een zonovergoten Mechels plein.’

Dat glas is er nooit van gekomen.

Obama Day

De hoofdgedachte: ‘Hij zal ons vast en zeker teleurstellen, het is gewoon onmogelijk om alles te doen wat verwacht wordt. Toch, als we af en toe eens blij kunnen zijn dat Obama en niet McCain in het Witte Huis zit, zullen we juichen.’

De kers op de taart: ‘Na een decennium van poëtische stilte op de inauguraties, is het er weer: poëzie. Mijn oren zullen gespitst staan als Elizabeth Alexander haar gedicht leest.’

Een voorsmaakje? Zo deed ze het alvast in ‘A Poem for Nelson Mandela’

Here where I live it is Sunday.
From my room I hear black
children playing between houses
and the El at a Sabbath rattle.
I smell barbecue from every direction
and hear black hands tolling church bells,
hear wind hissing through elm trees
through dry grasses

On a rooftop of a prison
in South Africa Nelson Mandela
tends garden and has a birthday,
as my Jamaican grandfather in Harlem, New York
raises tomatoes and turns ninety-one.
I have taken touch for granted: my grandfather’s hands,
his shoulders, his pajamas which smell of vitamin pills.
I have taken a lover’s touch for granted,
recall my lover’s touch from this morning
as Mandela’s wife pulls memories through years
and years

my life is black and filled with fortune.
Nelson Mandela is with me because I believe
in symbols; symbols bear power; symbols demand
power; and that is how a nation
follows a man who leads from prison
and cannot speak to them. Nelson Mandela
is with me because I am a black girl
who honors her elders, who loves
her grandfather, who is a black daughter
as Mandela’s daughters are black
daughters. This is Philadelphia
and I see this Sunday clean.

(c) Elisabeth Alexander

(though, laat ons hopen dat het woordje ‘black’ minder uitgesproken wordt dan de woorden ‘yes, we can’)

Vote for the poet!

Op deze blog is ook flink gezwegen over het belang van the fourth of November 2008 in de Verenigde Staten en bij uitbreiding toch een beetje, deze wereld. Het zal niemand verwonderen voor wie ik zou kiezen als ik in Amerika zou wonen. Gisteren zei iemand nog op de radio dat Obama zich heeft getoond als een van de beste redenaars alive. ‘Eigenlijk kan je hem ook gewoon een dichter noemen’, zei die persoon ‘en de Amerikanen hebben een dichter nodig.’ Obama zou overigens ook echt gedichten schrijven. Het spotje dat is geeïndigd op nummer vier in de toptien van CNN van de beste spotjes die gemaakt zijn naar aanleinding van de verkiezingen in de Verenigde staten is dan ook een poëtische mix van Obama’s speeches.

 

Dit is wat CNN erover schrijft:
No Election 2008 video better distilled the reasons to love, and hate, the candidate it espoused. Meet Barack Obama: the eloquent, passionate voice of hope, tolerance and generational change. Meet Barack Obama: the slicked-up choice of a bunch of smug hipster celebrities in love with how they and their candidate look on camera. Either way, the video was effective not just for its images but for how it literally captured the musicality of Obama’s call-and-response — and, released just before Super Tuesday, it was a brilliantly timed motivational spot.