Het langste Humogedicht ooit…

… staat vandaag in het weekblad!

over 2010

het is nooit het goede moment om er het hoofd bij
neer te leggen. terwijl in zijn vingers londen zich
verzet, in zijn tenen rome krioelt, in zijn vuist
een klokkenluider gevangen zit (op een haarpunt zou een
bemiddelaar zijn klemgereden), in zijn schaamstreek
een pedofiele nederlander wordt opgepakt
en zijn maag nog opborrelt van het teveel aan
asielzoekers, vormen ze al een halve cirkel rondom
hem, houden de handen gevouwen en prevelen dat
het niet mooi meer is. hij, opstandige, wil schreeuwen
dat het nog niet over is, dat er nog altijd een doorbraak
voor kerstmis kan komen, maar onverbiddelijk start
de film van zijn leven al:

scène 1
hij: pril. slaakt zijn eerste kreet
in de kofferbak van een wagen die later in
brand wordt gestoken. van zijn eerste stapjes gaat
de aarde beven en even verderop botst een trein
op een andere trein.

scène 2
hij: knaap. kleurt bollen achter een gordijn. een
dikke man zonder das komt samen met een magere
man met strik. ze eten borrelnootjes
tot de één na de ander zich verslikt.

scène 3
hij: volwassen. staat met zijn voeten in het water.
of  neen, het staat tot aan zijn knieën. of neen, tot
aan zijn navel. zijn tepels. schouders. kin. onder-
lip. boven-

scène 4
hij: ouderling. in monnikspij. dikke tranen
rollen over zijn wangen van wroeging.
immanente gerechtigheid heet dat. geloof
het maar: het beste nieuws kwam

uit de grond gekropen.

eindtitels
als hij sterft, baart hij een elf. eerst onstuimig
fladdert ze nog, struikelt al duikelend dingen omver,
leert dan steeds gerichter te tollen. om welke as?
voor wat van hem nog nasmeult, moet het elfje misschien
nieuwe bollen kleuren achter het gordijn. voor al de rest
dat zinkt, breekt, scheurt, afbrandt, botst, klem raakt,
ontploft of mislukt zal ze een liedje zingen. hoe dat
zal klinken, weet niemand. maar dat hij sterft
en dat daar een elf van komt. dat
staat vast.

Boeken van het jaar 2009: Zonder op plaats 18

In de Top 20 van boeken van het jaar 2009 gemaakt door Humo, staat Zonder op de 18de plaats. Zonder is de enige dichtbundel in de hele lijst. Een eer dus! Dit staat er:

Sylvie Marie: Zonder

Vinnig als een vlinder, venijnig als een bij kwam Sylvie Marie het poëziejaar ingevlogen. ‘Zonder’, haar voldragen debuut, gaat over wat je níét ziet. Over de paradox dat net de essentie van de dingen vaak zoek is, of aan scherven gevallen. Terwijl ze onomwonden in de wonde pookt, met oog voor het onooglijke, laat ze het heilige moeten uit alle letters laaien. Later, toen ze Humo’s Gouden Aap won, maakte ze bescheiden gewag van ‘fijn gerommel in de marge’. Het siert haar.

  • Lees de Humo-recensie!
  • klik hier voor de volledige top 20.

    De Halt! van Humo

    De Humoredactie staakte twee weken geleden één dag, vorige week waren het er twee en deze week staakt de redactie mogelijk de hele week.  Dat doet de redactie uit protest tegen Plan Anders van CEO Aimé Van Hecke waabij 76 ontslagen gepland zijn. Humo wordt daarbij het hardst getroffen. Vanuit Rome schreef ik op vraag van de redactie een stakingsgedicht. Dat staat vandaag in het blad. Meer info op www.humo.be.

    halt
     
    om niet op straat te staan, staan wij op straat,
    draaien toebak, kiezen groen, rood of blauw uit
    de vakbondsgarderobe en maken vuur.
     
    het is om niet op straat te moeten staan dat wij er
    staken, met geen stokken
    krijgt u ons hier weg. onder-
     
    schat ons niet. wijzig uw plan, anders
    blijven we staan, langer en langer
    tot u voelt wat echt verliezen is.
     
    wij willen niet op straat liggen,
    daar staan wij op.

    sylvie marie

    De Humorecensie

    Sylvie Marie – Zonder
    Door (dc), 26/02/2009 – 08u15
    Sylvie Marie (Tielt, 1984) is een ervaren debutante. Haar gedichten verschenen al in tijdschriften als Het Liegend Konijn, kaapten her en der prijzen weg, en op YouTube kun je haar in een boksring al dichtend een argeloos publiek knock-out zien slaan – een beetje à la Ali: vinnig als een vlinder, venijnig als een bij. Nee, de happy few die Marie kenden zal het weinig verbazen dat haar debuut ‘Zonder’ (Vrijdag/Podium) een voldragen boreling is, bol van belofte.

    Ze begint zo: ‘die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens, / ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim / weerkaatst.’ ’t Is die schim die Marie haast vijftig kantjes lang naar het papier drijft. ‘Zonder’ gaat over wat je níét ziet. Over de paradox dat net de essentie van de dingen vaak zoek is, of aan scherven gevallen.

    De eerste afdeling, ‘wij, helden (zonder moed)’, pookt onomwonden in de wonde. Hoe begerig minnaars elkaar ook openknopen, de totale inlijving blijft uit – ‘daarvoor blijven we altijd te veilig’. De ontrafeling van de liefde, de lenige en de lastige, vervolgt in ‘uitersten (zonder schaamte)’. Nu eens duiken zij en hij bij dauw onder een laken, ‘bijna alsof / we sneeuw zijn, de zon / ons niet mag vinden’. Dan weer zitten ze elk koppig in een andere hoek, ‘lange / uren die we beter, alles bij elkaar genomen, / je jas, je koffers, je foto op de schouw / en je knuffelbeer die je sinds je geboorte / ondanks je leeftijd en mij niet kon missen, / anders hadden besteed.’

    Het hart van ‘Zonder’ is ‘moedermomenten (zonder moeder)’, een weergaloze cyclus over een ongeneeslijk zieke vrouw (‘al jaren draag je een ei in’), de onbewogen spil van een verweesd gezin. Hoe de kinderen ook naar haar aandacht vissen, ze hapt niet toe. En al wijst Marie niet gratuit met de vinger (‘misschien / zijn we te veel steen voor je’), de impact zindert na: ‘hoe je je hebt vastgeklonken in ons / vlees met je hakenhanden, je hangt / er al jaren en wij scheuren langzaam / bloedend open.’ Eigenlijk doe je zo’n cyclus pas recht als je ‘m helemáál overschrijft.

    Oog voor het onooglijke zet deel vier, ‘redeneringen (zonder nadenken)’, onder stoom, samen met Maries onstilbare honger om alles in vraag te stellen, tot haar overgevoelige en hyperbewuste poëtenleven toe: ‘wie heeft me zo gemaakt?’ De elf ‘personages (zonder paspoort)’ in deel vijf, misschien? Of ze nu een kind portretteert, een vader, een prinses of een gelovige, steeds bereiken ongekunstelde taal, sterke beelden en bakken empathie maximaal effect. Ze eindigt zo, als rivieravonturier: ‘ik liet me / meevoeren en strandde ergens / tot ze me terugvonden.’

    ‘Zonder’ ademt het heilige moeten uit alle letters, maar Sylvie Marie weet dat alleen passie nog geen goeie poëzie schept – dat je afstand nodig hebt, wil een ander zich in je stem herkennen. Groot talent kan het mysterie verwoorden zonder het te vermoorden. Sylvie Marie is een groot talent.

    Vandaag in Humo

    Rubriek De Toekomst

    Sylvie Marie (24) dichteres
    Al vier jaar publiceert dichteres Sylvie Marie in literaire tijdschriften zoals Het Liegend Konijn. Vorige week kwam ze op de proppen met haar allereerste bundel ‘Zonder’. Onze Man is er elders in dit blad zeer lovend over.*

    Grootste voorbeeld? Esther Jansma. Jansma is behalve dichteres ook dendrochronologe: ze bestudeert de jaarringen van bomen. Door haar wetenschappelijke achtergrond kijkt ze op een heel directe manier naar de dingen, waardoor haar gedichten heel bijzonder worden.

    Grootste gebrek? Ik wil te veel. Dat is een nadeel, want daardoor blijven te veel gedichten en verhalen onafgewerkt liggen. Ik heb een paginalang document op mijn computer met onaffe gedichten en gedachten. Erg vervelend.

    Meest waardevolle advies? ‘Blijf jezelf en volg je gevoel.’ Mag is bij dezen iedereen die me dat ooit gezegd heeft bedanken?

    ‘Ik wil nooit worden als…’ Eén of andere literaire eendagsvlieg.

    Hoogtepunt tot nu toe? De héél blije verrassing toen ik de allereerste recensie van mijn dichtbundel las. Dat is één van mijn topmomenten tot nog toe. Maar mag ik dat wel hardop zeggen?

    ‘Op mijn vijftigste wil ik…’ Met mijn vriend in het huis in Sint-Denijs-Westrem wonen dat we net hebben gekocht. En dat huis moet tegen dan afbetaald zijn met het geld dat ik heb verdiend als dichteres.

    * lees je hier zo snel mogelijk!