Meander recenseert Houdingen

Van snoeihard tot licht absurd, de schakeringen van mens-zijn

Door: Laura Demelza Bosma

Schermafbeelding 2018-03-26 om 12.12.04

Dit is mijn eerste recensie sinds het overlijden van Rob de Vos, goede vriend en onevenaarbaar Meander-opperhoofd. Het in deze zin weer aan de slag gaan met poëzie is naast een mooie manier om Rob eer aan te doen toch ook weer een taaie confrontatie met het verlies. Sylvie Marie heeft in het verleden jarenlang voor Meander gewerkt en had eveneens een goede verbinding met Rob, wat de symbolische waarde van deze voortzetting van mijn werk bij Meander vergroot. Laat duidelijk zijn:  mijn gevoel van verlies en de betekenis die ik geef aan het feit dat ik nu juist deze bundel mag bespreken, veroorzaken niet dat ik in deze bespreking positief zal discrimineren.

____

Vandaag heb ik de stilte gevonden, om me heen en in mezelf, die nodig was om toegang te vinden tot de bundel Houdingen van Sylvie Marie. Eerder probeerde ik al meerdere malen om ‘tussendoor’ een paar gedichten te lezen, maar op deze manier raakte ik niet in de wereld an sich die Sylvie Marie hier zo fijngevoelig in woorden heeft geschetst.

Achterop de bundel staat: ‘In haar vierde bundel dicht Sylvie Marie over verlies en een nieuw begin en over alle houdingen daartussen’. Om wat voor verlies het precies gaat in deze bundel blijft voor mij onduidelijk. Het woord ‘schetsen’ is hier van toepassing, of ook ‘sfeertekeningen’. Ook de illustratie op de voorzijde is meer een schets dan een uitgewerkte illustratie. De schets roept de vraag op: duwen deze twee mensen elkaar weg of trekken ze zich juist naar elkaar toe? Is het aantrekken of afstoten? De gedichten en personages in Houdingen doen hetzelfde. Ze trekken aan, ze stoten af.  Zelfs de titel draagt die tegenstelling in zich. De eerste betekenis is natuurlijk ‘houdingen’ in de zin van hoe wij ons opstellen ten opzichte van onszelf, de mensen in ons leven, een situatie etc. Grappig genoeg was echter mijn eerste associatie met de titel een andere. Ik dacht direct aan ‘houden’ en daarmee aan de eigenschap van de mens om wat ons lief is te willen houden, niet te willen verliezen. Ook ‘houden van’, liefhebben ligt in het woord zelf besloten en een wat wrange invalshoek zou kunnen zijn: de objectificatie van de geliefden. Is het omdat het moelijk is ons te binden aan het vergankelijke, eenvoudiger de mens te zien als een ding dat we kunnen houden? Zoiets als een hebbeding?

Een van de gedichten te lezen veroorzaakt bij mij meermaals dat ik de impressie krijg dat ik een pilletje heb ingenomen dat op mijn gevoelsleven inspeelt. Ik ervaar dit niet per se als prettig maar wel als interessant. Ik bewonder Sylvie Marie’s vermogen zoveel verschillende geestestoestanden vast te pinnen in woorden die aankomen. Toevallig is er ook een gedicht over pillen: ‘en meer nog dan het doel van die dingen / gaat het om het drukken, zorgvuldig / de beide duimen voorwaarts / en de nagels tegen elkaar‘ (fragment).

Het poëtisch ik maakt, gehecht aan het uitdrukken van pillen, een neurotische indruk. Tegelijk is dit gegeven zo herkenbaar dat ik me plots realiseer hoe neurotisch wij (bijna) allemaal eigenlijk wel niet zijn. Velen zijn in meer of mindere mate gehecht aan of meestal zelfs afhankelijk van ongezonde gedragspatronen. We weten dat iets slecht voor ons is, toch kunnen we niet zonder. Het is een houding die we willen houden, want wat blijft over van ons als we onze houdingen niet meer kunnen controleren? Wat zit dáárachter?

gewond zijn is mijn besluit
het stelpen zal ik latenniet dat ik dweep met bloed, vroeger
kon ik daarin overdrijven

maar als ik sporen nalaat
vind je mij tenminste terug.

Ook in dit korte titelloze gedicht kiest het poëtisch ik er voor gedoseerd bewust incompetent, gewond, door het leven te gaan. Want alleen bloedend gelooft ze, kan ze gevonden worden.  Die benauwende doch warmbloedige en intelligente gekte herinnert me aan het werk van mijn eerste poëtische liefde Jotie ’T Hooft.  Ik denk daarbij: Wie overloopt van wat in hem (haar) loopt moet schrijven.  Het werk van Sylvie Marie is net zo goed als dat van  ’T Hooft een voorbeeld van hoe zo’n intense urgentie de kwaliteit van poëzie ten goede komt.

De bundel telt  drie afdelingen: ‘toestanden’, ‘houdingen’ en ‘uitkomsten’. Onderdeel van de afdeling ‘houdingen’ is het vijfkoppige gedicht ‘werkweek’. Ik vind het prettig dat onderwerp en enscenering hier vrij duidelijk zijn. Een stel gaat naar een chalet ‘want sneeuw vergeeft, je kunt telkens opnieuw beginnen’. Sterke beelden in heldere zinnen vormen ‘werkweek’ tot een filmisch geheel: ‘nu moeten we laarzen aan, nu naar buiten, / nu gaan liggen en kraken, van de hele helling / engelen maken.’ (fragment)

Sommige zinnen komen snoeihard binnen en zelfs als ik het probeer is het moeilijk deze te vergeten. Neem bijvoorbeeld de eerste zin uit dit gedicht:

ik had het moeten weten: zand waarop niet te bouwen valt
deugt ook voor begraven niet. hoeveel lagenbijvoorbeeld zijn er nodig voor jou? ik begraaf je
roep luid vaarwel vaarwel en begraaf je en begraaf je

maar de bergen wandelen hier, worden heuvels,
vlaktes, dalen, vlaktes, heuvels en weer bergen, verderop.

ik heb geprobeerd je te verbergen, maar je zingt jezelf
steeds een weg naar boven, fluit je lippen vrij

en je korrels slaan opnieuw in mijn gezicht.

Het hele gedicht blijft zo sterk, van de eerste regel tot de laatste. En ik maar tot tegen het einde denken dat ‘begraven’ als metafoor was bedoeld, daarom slaan die ‘korrels’ mij ook bijna stoffelijk, zo letterlijk ‘de dood’ in het gezicht.

Er zijn ook lichtvoetigere gedichten, hier een fragment van eentje om in te gaan zitten. Hoewel dat lichte absurdisme vaker voorkomt had ik er graag nóg meer van geproefd in deze bundel.

we zouden kunnen gaan zitten
in een koffiekopjeje weet wel,
een klassiek,
met schuine wanden,
zodat we telkens naar elkaar toe schuiven.

De afdeling ‘uitkomsten’ bestaat uit een enkel gedicht en is dus eigenlijk een ‘uitkomst’. De uitkomst lijkt een kind te zijn. Een ontroerende wending, waarbij ik denk ‘hier begint het pas, híer wil ik meer van’. Zij schrijft: ‘jij liet niets vallen jij hebt iets neergezet’ alsof zij dat tegen zichzelf zegt. Op deze manier maakt het poëtisch ik een interessante psychologische ontwikkeling door. Deze afsluitende regels zouden tegelijkertijd ook over deze bundel kunnen gaan. Door te dichten zet de schrijfster haar werk neer: zo komt de vallende fier tot staan.

***

Sylvie Marie (1984) publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften. In 2009 verscheen haar debuut Zonder. Twee jaar later werd de opvolger Toen je me ten huwelijk vroeg genomineerd voor de Herman de Coninckprijs, de J.C. Bloemprijs en de Eline van Haarenprijs. Voor de derde, Altijd een raam, kreeg ze in 2017 de laatste provinciale prijs Letterkunde van de provincie Oost- Vlaanderen. Houdingen is haar vierde bundel.

Literair Nederland recenseert Houdingen

Het Koplandsiaans minuscule is de kracht in deze bundel

Recensie door André van Dijk
Schermafbeelding 2018-03-26 om 12.12.04
De Vlaamse dichter Sylvie Marie brengt in haar nieuwste bundel Houdingen grote bewegingen van het gemoed terug naar uiterst kleine beschrijvingen. Met de zorgvuldigheid van een horlogemaker weet ze minimale woordconstructies samen te stellen die een wereld van verborgen drama ontsluiten. In het eerste deel ‘Toestanden’ wordt in drie gedichten de basis gelegd voor het verdere verloop. Een niet vrolijkstemmend vers dat begint met: ‘veel vaker dan ik wil, wacht ik op bloed, / slijt er dagen aan (…)’Of het tweede gedicht dat aanvangt met: ‘terwijl we weer vrijen schuift een kleine, / bange rat onder de deken (…)’
Het derde gedicht in het deel ‘Toestanden’ laat de huidige situatie zien: ‘los als vandaag liggen we / almaar vaker. lakens scheuren / langs de drift van onze continenten. (…)’

In metaforische schetsen laat Sylvie Marie een somber beeld zien van een vrouw in een ongelukkige toestand. Vreemd genoeg wordt die somberte nergens echt tastbaar, omdat de dichter zo omfloerst mogelijk haar taal behandelt. Geen grote woorden, geen drang naar heftige conclusies, maar slechts lichte aanrakingen die de tragiek benoemen en die tegelijkertijd bedekken onder een deken van vloeiende regels. Dat maakt de zwaarte eerst draaglijk, gevangen in schoonheid, maar bij herlezing van de verzen komt zij steeds harder binnen.

Het tweede deel ‘Houdingen’ is een uiteenzetting van de verschillende stadia waarin de vrouw zich bevindt. Haar wezen uit zich in een reeks gedichten over eenzaamheid, verlatenheid en het verlangen naar liefde. Met een treurig zelfbeeld als dieptepunt, waarmee ze zichzelf de maat neemt:

ik kan dat niet, de vrouw uithangen,
wijd en traag ben ik, was ik
hout, dan had ik brede groeven, lomp
val ik als omgehakt, ik kraak mijn takken stug.
het is ook altijd winter hier. (…)

Het drama wordt alleen maar groter als er over pillen gedicht gaat worden. Hier wordt de loodzware boodschap ook allereerst verpakt in prachtige zinnetjes die heel gedetailleerd beschrijven hoe zo’n proces in zijn werk gaat. De ernst van de zaak lijkt voor zichzelf te spreken, maar neemt aan het eind van het vers een wending als er iets te nadrukkelijk verwezen wordt naar een andere functie van de pillen:

om kalm te blijven druk ik
geconcentreerd de pillen uit een strip

en meer nog dan het doel van die dingen,
gaat het om het drukken, zorgvuldig,
de beide duimen voorwaarts
en de nagels tegen elkaar.

dan het zilvervlies dat knapt,
het plastic dat ineenstuikt
als een bolle buik tenietgedaan met een veeg
van tafel, brekend water, spanning die lost,
de pil die in mijn palm valt, achteloos
als een kinderhoofdje.

Dood en nieuw leven, beiden door de dichter aangeraakt in een omhulsel van lastige relationele kwesties. Voor een hele bundel is dat iets teveel van het goede, maar Sylvie Marie komt ermee weg omdat haar sprankelende en precieze stijl het lezen tot een bijzonder avontuur maakt. De tragiek mag dan verpakt zijn in té opgelegde metaforen, zinnen als: ‘de nacht is een kofferbak, waarin ik klaarlicht liggen moet’ zijn kleine pareltjes waarin de subtiele alliteratie een groot effect teweegbrengt.

In het laatste deel ‘Uitkomsten’ wordt in één gedicht de zogenaamde uitkomst van alle misère toegelicht. Hier blijft weinig te raden over: goed geschreven maar veel te expliciet verwijzend naar een goede afloop. Terwijl nog geprobeerd wordt de boodschap te verdoezelen, spreekt de verzuchting van de dichter boekdelen: ‘jij liet niets vallen,/ jij hebt iets neergezet.’
Het dichterschap van Sylvie Marie is vooral af te lezen aan de kleinheid van haar verzen, waarbij ze soms de verbeelding te letterlijk laat plaatsvinden. Het haast Koplandsiaanse minuscule – tot in detail een grote beweging beschrijven en daar zo min mogelijk woorden aan vuil maken – is haar grote kracht. Dat wordt benadrukt door het beste gedicht uit deze bundel:

we zouden kunnen gaan zitten
in een koffiekopje.

je weet wel,
een klassiek,
met schuine wanden,
zodat we telkens naar elkaar toe schuiven.

geen mok, dat niet.
geen grote cilinder
met platte bodem

maar zo’n kleintje,
bol.

misschien dat we daarin
moeten investeren:
van alle kamers kopjes maken.

Dit najaar: Basiscursus poëzie (ism Creatief Schrijven)

phpThumb_generated_thumbnailjpgDit najaar doceer ik voor Creatief Schrijven een basiscursus poëzie. Die belooft interessant te worden. Alle info vind je hier:

Waar haal je de inspiratie voor een gedicht vandaan? Hoe zit dat met vorm en klank? En mag een gedicht tegenwoordig nog rijmen? Samen met Sylvie Marie ontdek je het wat en het hoe van poëzie en rommel je in de grote gereedschapskist waarmee een dichter zich bedient. Je krijgt een hoop voorbeelden en steekt zelfs iets op over poëtische stromingen. En natuurlijk ga je ook zelf aan de slag met prikkelende schrijftips. Dankzij de feedback van de docent en van de groep leer je de dichtkunst én jezelf een stuk beter kennen.

Waar en wanneer?

Vijf donderdagavonden: 19, 26 september, 3, 10 en 17 oktober van 19.30 tot 22u in Boekhandel De Zondvloed, Onze-Lieve-Vrouwestraat 70, 2800 Mechelen

 Prijs

120 euro (incl. proefabonnement van 2 nummers op VERZIN, het tijdschrift voor schrijfliefhebbers). Je kunt betalen met opleidingscheques of KMOportefeuille.

 Inschrijven

Na inschrijving via info@creatiefschrijven.be schrijf je € 120 over op rekening BE 06 7310 3181 1022 met code CS 1312

Juryrapport JC Bloemprijs

Helaas, de JC Bloemprijs heb ik niet gewonnen, maar ik ben vorige zaterdag wel naar Steenwijk afgereisd voor de uitreiking van de prijs aan Mischa Andriessen. De voltallige jury (Gerdi Verbeet, Hanz Mirck en Ester Naomi Perquin) en ook de andere genomineerden waren er. Het was een prachtige namiddag waarin ook het hele juryrapport werd voorgelezen. Ik zet het graag op deze blog:

De J.C. Bloemprijs is de meesterproef voor jonge dichters; na hun debuut is het de grote vraag of ze een eendagsvlieg waren, of dat hun productie zich bestendigd heeft. Het is niet eenvoudig om al die verschillende stemmen die opklinken in de Wollewei van de poëzie met elkaar te vergelijken en vast te stellen of wat de kwaliteit en de onderlinge verhoudingen hiervan zijn. Ondertussen moest de jury ook nog de huidige stand van de literatuur in de gaten houden; welke stromingen zijn leidend en wie zingt zich daarvan los? We hoopten op frisse, originele stemmen die toch volwassen klonken, die het waard waren langer dan één gedicht naar te luisteren. En die op papier ook na herlezing bleven boeien. Onze opdracht was om zulke dichters te vinden en onder de aandacht te brengen. En we hebben ze inderdaad gevonden. Vijf jonge dichters, vijf opmerkelijke bundels.

In De dingen gebeuren omdat ze rijmen worden we uitgenodigd een wonderlijk terrein te betreden – het terrein waar Nyk de Vries zich ophoudt. Het Friesland van zijn jeugd, bekeken met een blik die uniek is. Bijbelgezelschappen lopen door de straten, er zijn foto’s in omloop die van de hand worden gewezen en een hamster sterft stuiptrekkend op de vloer van een café. Nyk de Vries beschrijft het allemaal helder en onverstoorbaar, maar nergens onderkoeld. Zijn proza-gedichten lijken sterke verhalen, gecombineerd met de spanning van de compacte vorm en het beweeglijke van de muziek. De dingen gebeuren omdat ze rijmen is een rijke, geestige bundel die nog lang in je hoofd na blijft zoemen.

In Naar de daken mengt Bernard Wesseling zonder scrupules het vederlichte met het loodzware. Soms doet hij dat zo goed dat niet langer helder is wat in welke categorie valt. In zijn gedichten wordt de dood gepareerd met een handjevol grappen, trekt angst de nuchterheid onder de woorden uit of zoekt iemand onwennig raad van hoger hand. ‘Het hogere heeft zich afgewend, lijkt wel, / nu dat het zich nodig weet.’ Voor een dichter die bekend staat om zijn vaart en humor getuigt van het van ontwikkeling en lef om een thema op te zoeken waaraan heel wat voorgangers zich vertilden. Wesseling laat in Naar de daken zien dat het mogelijk is: eigenzinnig het stervensbesef binnen banjeren, om er voorgoed veranderd uit terug te keren.

Toen je me ten huwelijk vroeg is een bundel over de nadrukkelijkheid van wat verdwenen is en soms over tot stilte manend geluk. In een huiselijke setting en in dromerige maar sobere taal worden thema’s aangekaart waaraan niemand ontkomt: hoe afwezigheid zich aan kan dienen en op kan dringen. ‘Zo kruipt de stilte bij mij in bed op jouw plaats, schurkt zich tegen me aan.’ Sylvie Marie is een dichter die het geluk niet schuwt – omdat ze het niet helemaal lijkt te vertrouwen. Het gevolg is een bundel waarin huiselijkheid een cocon wordt, een vesting tegen omringend gevaar – dat echter nergens helemaal bezworen wordt.

Er zijn niet veel dichters die zo onverstoorbaar hun eigen gang durven gaan als Henry Sepers doet in Spreekt de troubadour. Hier is het de krachtige lyriek die de lezer bij de haren grijpt. Een volstrekt eigen geluid dat benauwd maakt en van benauwdheid getuigt. In bijna alle gedichten in deze bundel worden, met een steeds voelbare frustratie over de begrenzingen van de taal, liefdes en lichamen verkend. ‘Woord is een virus dat zich in je nestelt, het grijpt je aan, je lichaam wordt klankschaal…’ Sepers weet wat hij doet. Hij grist zijn gedichten onder de bemoeizuchtige klauwen van de tijdsgeest weg.

Huisverraad van Mischa Andriessen is een bundel waarin haast ieder personage de weg kwijt is – en dat ontkent, vergeten is of probeert te negeren. ‘Elke bestemming is een leugen.’ Uit kale, suggestieve taal worden gedichten opgetrokken als kleine dreigementen of grote avonturen. Als lezer word je op exact de juiste afstand gehouden – steeds is er de spanning van het machteloos toekijken, het in willen grijpen. Andriessen geeft met Huisverraad, meer nog dan met zijn debuut, blijk van een groot talent om met kleine observaties en scherpe regels zijn poëzie onder hoogspanning te zetten. Het resultaat is een bundel die dwingend aanwezig blijft en in vele opzichten uitblinkt – een bundel waar de jury in blééf lezen.

Een bundel die vandaag bekroond wordt met de J.C. Bloemprijs.

 

 

 

Speler X in De Standaard

Vandaag besteedt Hans Vandeweghe aandacht aan Speler X in zijn wekelijkse column in De Standaard:

Speler X

Column Hans Vandeweghe

Hans Vandeweghe

Mijn boek ligt morgen in de winkel en het heet Wie gelooft die coureurs nog? Voor 22,50 euro krijgt u 330 pagina’s achtergrond bij het Grote Dopingspook. Dit weekend begin ik aan een Noord-Nederlandse aanpassing en dan volgen China en de VS, maar misschien ook niet. Ik hoop binnen te zijn tegen de zomer en u kan daarbij helpen. Tot zover mijn dienstmededeling.

Ik heb van de week ook een totaal ander boek thuisbezorgd gekregen. Eerst kwam een mail van een uitgever.

‘Op 20 maart verschijnt bij Uitgeverij Vrijdag Speler X , een “voetbalroman”. Vorig jaar werd onze schrijfster Sylvie Marie benaderd door de raadsman van een (ex-)profvoetballer. Hij had een manuscript bij, geschreven door de voetballer, en vroeg of Sylvie daar een goede roman van zou kunnen maken. Het verhaal speelt zich af bij een topclub in de Engelse Premier League. Achter Speler X gaat iemand schuil die op een hoog niveau speelt of heeft gespeeld, alleen weten we niet wie het is. Als je graag meer informatie wil,…’ Ik heb het boek eergisteren gekregen en ben om 19 uur beginnen lezen, tijdens het livecircus uit Rome, tijdens Bayern–Arsenal en tijdens het late nieuws. Vervolgens heb ik gisterochtend het laatste hoofdstuk met de ontknoping gelezen.

Mijn oordeel: goed geschreven, een mooie plot, weerzinwekkend accurate typering van het topvoetballersmilieu. En of ik vragen heb. Bijvoorbeeld: welke voetballer heeft in godsnaam dit manuscript verzonnen? Hoe zijn die voetballer en zijn ‘raadsman’ in hemelsnaam bij Sylvie Marie, een dichteres uit Tielt, terechtgekomen? Is dit wel een Engelse voetballer? Het verhaal situeert zich in de Premier League en de voetballer heeft een Vlaamse moeder van wie hij en zijn vader de vloek ‘godverdomme’ hebben geërfd, maar ook niet meer dan dat.

De eerste paragrafen van Speler X grijpen je bij de keel. ‘Ik wilde nooit voetballer worden. Voetbal maakt van mannen wat blond haar doet met vrouwen (de auteur is donkerharig, red.) . Het zadelt ons op met het label “dom”. We denken met onze benen in plaats van met het hoofd maar het ergste is, wat we in onze vrije tijd doen. Daarin denken we met onze lul. Spuiten is scoren.’ ‘Latje trappen had simpele regels: wie drie keer de lat kon raken van de penaltystip, kreeg van de verliezer een potje anale seks met een escort betaald.’

De plot zal ik hier niet verklappen want dan is de lol eraf, maar dit draait om heel erg goed betaalde jonge jongens en heel erg dure hoeren en veel drank en drugs. Het is beslist geen 50 tinten voetbalgrijs. Er loopt een vreemde rode draad door het boek die aan het eind opgaat in de plot.

De voetballer speelt bij Greyham City, dat in het rood speelt. De aartsrivaal uit dezelfde stad heet Athletic en zij spelen in het blauw. Hún trainer heet Sir Alan Riverson, een duidelijke verwijzing naar Sir Alex Ferguson, en de Ivoriaan Mosi lijkt een alter ego van Yaya Touré, maar de kleuren kloppen dan weer niet en de namen evenmin.

Dat hoeft niet. De plot is zo uit het voetballersleven gegrepen. Ik heb ooit de wereld van de VIPElite – de luxe-escort – aan mij zien/laten voorbijgaan. Migraine, was de reden. De voetballer die mij uit dankbaarheid wilde trakteren, spreekt mij nog altijd aan met Mister Dafalgan.

Speler X doet denken aan een heel lang hoofdstuk van The Secret Footballer . Dat boek is een compilatie van een serie columns die onder dezelfde noemer verschenen in The Guardian , en die zoveel waarheid bevatten dat de Premier League er ongemakkelijk van werd. Ook hij had het over drank, drugs en groupies al of niet tegen betaling. Inmiddels is het min of meer bekend wie die geheime voetballer is. Het zou om David Kitson gaan, een voormalige speler van Reading en Stoke City en dit jaar actief bij Sheffield United in League One, dat is de derde klasse in Engeland. Maar ik zou graag weten welke (Vlaamse?) voetballer dit manuscript heeft verzonnen. Die heeft echt talent.

spelerxSpeler X ligt vanaf 20 maart in de handel

Nominatie JC Bloemprijs

coverTJMTHVMet trots mag ik aankondigen dat ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ genomineerd is voor de JC Bloemprijs. Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan de auteur die de beste tweede dichtbundel schreef. Dit zijn de andere genomineerde bundels:

  • Mischa Andriessen, Huisverraad
  • Bernard Wesseling, Naar de daken
  • Nyk de Vries, De dingen gebeuren omdat ze rijmen
  • Henry Sepers, Spreekt de troubadour

Op 20 april 2013 zal de prijs worden uitgereikt. Normaalgezien weten we wel halverwege maart al wie het wordt. Duimen maar!

Nieuwe publicaties

Elk nieuw jaar worden er weer verse poëziepublicaties gebracht. En in de volgende publicaties kan je mijn gedichten vinden:

Boezeming

Zo heet de poëziebloemlezing die Frank Pollet samen met Reine De Pelseneer maakte rond het thema borsten. Niet voor niets luidt de ondertitel ’2 x 33 gedichten rond borsten (m/v)’. Malou Swinnen zorgt voor de cover en een tiental smaakvolle foto’s binnenin en Uitgeverij P (Leuven) is volop bezig er een mooi boek van te maken.
De bundel verschijnt op 14 februari 2013 en wordt die dag gepresenteerd aan pers en publiek om 20 uur in het Museumtheater van Sint-Niklaas. Het gedicht ‘ansicht’ van mij staat erin.

9789058388216  Je ruist in mij

In deze dichtbundel verzamelde Dirk Terryn de mooiste gedichten en songteksten over de liefde. Poëtische parels over verliefdheid, erotiek, verlangen, hunkering, tederheid,… van artiesten als Spinvis en Eva Deroovere, en bekroonde auteurs als Toon Tellegen, Geert De Kockere, Bart Moeyaert en Stijn Vranken. Sabien Clement verbeeldt de gedichten en voegt elementen toe met haar bruisende illustraties die de lezer prikkelen en vertederen. Er staan twee gedichten in van mij.

En… over enkele dagen worden de 100 beste gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gepresenteerd. Ook daarin zal een gedicht van mij staan.