Speler X in VI, De Telegraaf, AD, Metro (x2), Het Nieuwsblad, Humo en elders

De voorbije dagen stonden er berichten over Speler X in verschillende (papieren) media. Een overzicht:

Boek van de week in Voetbal International:

599158_10151610765807652_647695916_n

Nederlandse MetroSchermafbeelding 2013-03-27 om 13.43.14

Vlaamse Metro:
Schermafbeelding 2013-03-25 om 09.35.34

Column in AD:Schermafbeelding 2013-03-28 om 10.37.21

In De Telegraaf: 

Schermafbeelding 2013-03-25 om 13.47.33

Paginagroot in Het Nieuwsblad:

BGmUzxKCMAAJSnY.jpg-large

 

 

Recensie in Humo:

Speler X Humo 0304201303042013

Voorts wordt er op internet ook gepraat over het boek.

Hier en daar een column.

En op Twitter.

En op Facebook.

Speler X in De Standaard

Vandaag besteedt Hans Vandeweghe aandacht aan Speler X in zijn wekelijkse column in De Standaard:

Speler X

Column Hans Vandeweghe

Hans Vandeweghe

Mijn boek ligt morgen in de winkel en het heet Wie gelooft die coureurs nog? Voor 22,50 euro krijgt u 330 pagina’s achtergrond bij het Grote Dopingspook. Dit weekend begin ik aan een Noord-Nederlandse aanpassing en dan volgen China en de VS, maar misschien ook niet. Ik hoop binnen te zijn tegen de zomer en u kan daarbij helpen. Tot zover mijn dienstmededeling.

Ik heb van de week ook een totaal ander boek thuisbezorgd gekregen. Eerst kwam een mail van een uitgever.

‘Op 20 maart verschijnt bij Uitgeverij Vrijdag Speler X , een “voetbalroman”. Vorig jaar werd onze schrijfster Sylvie Marie benaderd door de raadsman van een (ex-)profvoetballer. Hij had een manuscript bij, geschreven door de voetballer, en vroeg of Sylvie daar een goede roman van zou kunnen maken. Het verhaal speelt zich af bij een topclub in de Engelse Premier League. Achter Speler X gaat iemand schuil die op een hoog niveau speelt of heeft gespeeld, alleen weten we niet wie het is. Als je graag meer informatie wil,…’ Ik heb het boek eergisteren gekregen en ben om 19 uur beginnen lezen, tijdens het livecircus uit Rome, tijdens Bayern–Arsenal en tijdens het late nieuws. Vervolgens heb ik gisterochtend het laatste hoofdstuk met de ontknoping gelezen.

Mijn oordeel: goed geschreven, een mooie plot, weerzinwekkend accurate typering van het topvoetballersmilieu. En of ik vragen heb. Bijvoorbeeld: welke voetballer heeft in godsnaam dit manuscript verzonnen? Hoe zijn die voetballer en zijn ‘raadsman’ in hemelsnaam bij Sylvie Marie, een dichteres uit Tielt, terechtgekomen? Is dit wel een Engelse voetballer? Het verhaal situeert zich in de Premier League en de voetballer heeft een Vlaamse moeder van wie hij en zijn vader de vloek ‘godverdomme’ hebben geërfd, maar ook niet meer dan dat.

De eerste paragrafen van Speler X grijpen je bij de keel. ‘Ik wilde nooit voetballer worden. Voetbal maakt van mannen wat blond haar doet met vrouwen (de auteur is donkerharig, red.) . Het zadelt ons op met het label “dom”. We denken met onze benen in plaats van met het hoofd maar het ergste is, wat we in onze vrije tijd doen. Daarin denken we met onze lul. Spuiten is scoren.’ ‘Latje trappen had simpele regels: wie drie keer de lat kon raken van de penaltystip, kreeg van de verliezer een potje anale seks met een escort betaald.’

De plot zal ik hier niet verklappen want dan is de lol eraf, maar dit draait om heel erg goed betaalde jonge jongens en heel erg dure hoeren en veel drank en drugs. Het is beslist geen 50 tinten voetbalgrijs. Er loopt een vreemde rode draad door het boek die aan het eind opgaat in de plot.

De voetballer speelt bij Greyham City, dat in het rood speelt. De aartsrivaal uit dezelfde stad heet Athletic en zij spelen in het blauw. Hún trainer heet Sir Alan Riverson, een duidelijke verwijzing naar Sir Alex Ferguson, en de Ivoriaan Mosi lijkt een alter ego van Yaya Touré, maar de kleuren kloppen dan weer niet en de namen evenmin.

Dat hoeft niet. De plot is zo uit het voetballersleven gegrepen. Ik heb ooit de wereld van de VIPElite – de luxe-escort – aan mij zien/laten voorbijgaan. Migraine, was de reden. De voetballer die mij uit dankbaarheid wilde trakteren, spreekt mij nog altijd aan met Mister Dafalgan.

Speler X doet denken aan een heel lang hoofdstuk van The Secret Footballer . Dat boek is een compilatie van een serie columns die onder dezelfde noemer verschenen in The Guardian , en die zoveel waarheid bevatten dat de Premier League er ongemakkelijk van werd. Ook hij had het over drank, drugs en groupies al of niet tegen betaling. Inmiddels is het min of meer bekend wie die geheime voetballer is. Het zou om David Kitson gaan, een voormalige speler van Reading en Stoke City en dit jaar actief bij Sheffield United in League One, dat is de derde klasse in Engeland. Maar ik zou graag weten welke (Vlaamse?) voetballer dit manuscript heeft verzonnen. Die heeft echt talent.

spelerxSpeler X ligt vanaf 20 maart in de handel

8weekly recenseert ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’

Forensisch onderzoek met een sterke gevoeligheid

door 
5 maart 2012

In haar tweede poëziebundel Toen je me ten huwelijk vroeg beschrijft Sylvie Marie de stilte die achterblijft in de lichtheid van geluk. Een stilte die symbool lijkt te staan voor iets groters.

De bundel bestaat uit een aantal lange gedichten verspreid over enkele pagina’s, een opsplitsing die de herhaling en verandering van het werk benadrukt. Per pagina kan een gedicht kort en simpel lijken, maar aan één stuk doorgelezen worden het bezwerende stukken van reflectie. Het titelgedicht bijvoorbeeld bestaat uit een opsomming van verlangens die de ik-persoon had toen ze ten huwelijk gevraagd werd.

je lichaam bezoeken als een tentoonstelling
alles wat je beweegt bezichtigen aan wanden,
van hart naar buik tot kniegeknik wandelen
en af en toe een kader een tikje rechter hangen.

het meest zou ik op de stoelen
in de zaal willen letten, zij die dreigen
door te zakken als ik erop ga zitten.

Uitnodigende eenvoud
Op het eerste oog lijkt dit gedicht simpel, dan blijkt het sterk, dan oogt er toch weer iets cliché in de constructie (‘bezichtigen aan wanden’) – en dan vraag je je ten slotte af wat het eigenlijk betekent, dat knieknikkende wandelen en de krakkemikkige stoelen. Als de tentoonstelling het lichaam is, zijn de stoelen dan hetgeen wat het lichaam ondersteunt? De adem, de voeding, de familie?

Het is een prestatie om poëzie te maken die zowel bekoort op het eerste gezicht, als openstaat voor bredere interpretatie en diepere lezing. De meeste gedichten maken een beweging van simpel naar indirect taalgebruik, maar de laatste strofes lijken soms wat geforceerd. Veel dichters hebben de neiging hun gedicht dubbele, soms driedubbele eindes te geven, als een muziekstuk met te veel eindbombarie. Bij Marie is deze neiging duidelijk aanwezig, een neiging naar eindes die meer lijken te zeggen dan het gedicht zelf doet, regels die sterker zijn dan het voorgaande: ‘ik begin te weten: / gesloten ogen waken ook.’

In dialoog
Marie heeft zichzelf duidelijk geplaatst in relatie tot andere dichters; ‘jij, de stilte’ is geschreven als een antwoord op Willy Spillebeens ‘kamer zonder jou’, en de regel ‘dit doen is als zoenen / op het venster’ refereert aan Herman de Coninck. Achter dit venster van De Coninck staat echter een dochter te wachten, terwijl bij Marie de dichter zelf aan het raam staat, haar lippen op het koude glas duwt en schrikt, dan walgt. Marie geeft haar eigen draai aan haar voorgangers, en het resultaat is sterk genoeg om op zichzelf te staan.

Dat is de kracht, maar tegelijkertijd een gemis in Toen je me ten huwelijk vroeg: de preoccupatie met eigen kleine gevoelens en relaties. Waar is de hedendaagse wereld in deze bundel? ‘Storm’ is een dergelijk gedicht, waarin de verschillende stormen de veranderingen in een relatie bloot leggen; kwam de geliefde eerst nog met jas en dekens om samen een droge plek te zoeken, nu, ‘weer in het tuinhuis met rukkende basten … in de verste verte geen jij te bespeuren’. De wereld die Marie beschrijft mist elke vorm van het ‘kakelend gelijk’ waartoe Robert Anker in zijn laatste bundel aanspoort.

Minuscule beelden
Maar wanneer het werkt, is deze huiselijke dichterlijkheid prachtig. In ‘posities van perfect geluk’ ontwikkelt het seriële gedicht zich langs de rode lijn van verspringende metaforen:

‘twee stoelen / naar elkaar toe geschoven’ en ruimtevaart, of ‘een lome kat met zeven levens’ die, wanneer hij van de vensterbank springt, de tijd weer doet beginnen – maar, zoals we inmiddels van Marie gewend zijn, ‘nu nog niet.’

Sylvie Marie bestudeert de minuscule resten, dat wat overblijft en achtergelaten is, om iets te zeggen over de grote draaikolk die het gemaakt en verwoest heeft: de grote symbolen, vuur en wijn. De manier waarop ze dit doet is bewonderenswaardig, haar stijl oplettend en eigen, en wanneer ze haar blikveld verbreedt, het huis uit gaat en bekijkt hoe de werkelijke resten er bij liggen, kunnen we grootse dingen van haar verwachten.

bekijk de recensie hier.

Hanta recenseert ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’

door Bouke Vlierhuis

Toen ik Zonder, de debuutbundel van Sylvie Marie, besprak prees ik vooral de energie in haar poëzie. Voor mijn gevoel was Marie een dichter vol woede en passie, die tegelijk in staat was die heftige gevoelens te beheersen en in goede stilistische banen te leiden. Zonder was strak gecomponeerd. Centraal stond de cyclus ‘Moedermomenten (zonder moeder)’, een aantal hartverscheurende gedichten over een getraumatiseerd gezin, gezien vanuit het perspectief van een kind.

Zo’n debuut zie je maar af en toe langskomen. Mijn verwachtingen voor de opvolger waren dan ook hoog. En dat is gevaarlijk, want dan ligt een teleurstelling op de loer.

Sylvie Marie is inmiddels getrouwd (met collega-dichter David Troch) en haar nieuwe bundel heet Toen je me ten huwelijk vroeg. Al lijkt haar poëzie op deze manier haar biografie te volgen, gezien de toon van de gedichten in deze bundel is dat niet te hopen.
Marie is minder anekdotisch, meer introspectief in deze bundel – ze doet waar ze goed in is: de gevoeligheden van de menselijke interactie fileren – maar niet minder donker. Lees bijvoorbeeld het eerste gedicht van de cyclus ‘Posities van perfect geluk’:

hoe lang kunnen we ontwaken in dit huis?
langer dan we sliepen? we proberen het,
zingen elkaar het doezelen toe, dommelen
in, worden weer wakker, dompelen
ons opnieuw onder de lakens en
blijven herhalen.

het is wat we met elkaar vormen
dat ons bij elkaar houdt: twee stoelen
naar elkaar toe geschoven.

als de dag dan toch begint, is hij
van dunne, doorzichtige zijde.

Ik kan dit gedicht herlezen en herlezen en er niets aan ontdekken dat niet goed is. Toch mis ik iets, en dat geldt eigenlijk voor deze hele bundel. Waar Zonder nog pieken en dalen kende, rafelranden, is Toen je me ten huwelijk vroeg een juweeltje van zeer constante en zeer hoge kwaliteit. Het algemene beeld wordt daarmee rustiger en het onvoorspelbare, ongepolijste, onheilspellende is er een beetje af. De woede, de passie: ze lijken definitief gekanaliseerd. En dat vind ik jammer. Maar tegelijk is dat natuurlijk flauwe kritiek. Want deze gedichten zijn perfect en Sylvie Marie laat weer zien dat ze een groot talent is.

De recensie vind je hier.

Cultuurbewust.nl recenseert ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’

 

De website Cultuurbewust.nl publiceerde vandaag een recensie over mijn laatste bundel, je kan hem hier terugvinden of hieronder verder lezen.

Evenwicht tussen geluk en ongeluk in Sylvie Marie’s poëziebundel Toen je me ten huwelijk vroeg

Door Kila Starre

Het meest voorkomende thema in poëzie is de liefde. Het is dus voor iedere dichter een uitdaging om origineel met dit onderwerp om te gaan. Eén ding is zeker: de Vlaamse dichteres Sylvie Marie is het gelukt. In haar bundel Toen je me ten huwelijk vroeg is het liefdesthema uitgewerkt met het huwelijk als rode draad.

 

Samenhangend of los
Marie leidt haar lezers in haar acht gedichtencycli door de verschillende aspecten van het getrouwd zijn: van ten huwelijk gevraagd worden in ‘beginnen’, via geluksmomenten in ‘posities van perfect gelukt’, verstikking in ‘’s nachts’, tot het verliezen van je geliefde in ‘jij, de stilte’. De kracht van de bundel is de verschillende manieren waarop het gelezen kan worden: als een verhalende liefdesode aan het huwelijk, met al haar voor- en nadelen. Of als een verzameling losse gedichten, die stuk voor stuk als kleine kunstwerken tot hun recht komen.

 

Vacuüm of vogelkooi
De gedichten in Marie’s bundel bewegen zich voorzichtig voort tussen geluk en ongeluk; hierbij verschilt het per gedicht waar het zwaartepunt ligt. Allebei de thema’s duiken met terugkerende motieven op. Geluk komt meerdere malen voor in beelden van het luchtledige. De geliefden gaan onvoorwaardelijk in elkaar op “in een vacuüm van ons. voor ontploffen / zijn we niet bang” en hun huis “zweeft als een bol boven de grond”.

 

Prachtig is het gedicht waarin Marie geluk als hoofdonderwerp neemt: “geluk is zo licht / dat je nauwelijks weet /wanneer het op je ligt”. Met fantastisch gebruik van enjambement (iets waar Marie op meerdere plekken in de bundel in uitblinkt), wordt het huwelijk ingezet als het beste middel om geluk te ervaren. Want het voelen van geluk gaat pas “nu we in ons huis gestopt zijn / met tellen”. Het ongelukkig zijn wordt verbeeld door terugkerende motieven van verstikking, naar lucht happen, beklemming, een kooi en een kleine kamer. Het huwelijk lijkt de ik-persoon soms op te sluiten:

 

soms maken ze kamers zo klein
dat ik nauwelijks kan ademen.
het heeft wat weg van een vogel-

kooi in een keuken of een meisje
met te strakke vlechten. niet moeilijk
dat ik lepels uit de schuiven graai

 

en de muren te lijf ga […]

 

Herhaling
De herhaling van motieven geven Toen je me ten huwelijk vroeg samenhang, waardoor het huwelijk als rode draad de gedichten aan elkaar rijgt. Het succes van het herhaalde gebruik van de vergelijking, met en zonder ‘als’, is daarentegen wisselend. Ieder gedicht in de cyclus ‘toen je me ten huwelijk vroeg, wou ik nog het volgende’ begint met een als-vergelijking die de titelzin afmaakt. Dit levert drie verrassende, originele en gelaagde gedichten op. Andere vergelijkende strofes missen echter originaliteit en neigen zelfs naar cliché, zoals “af en toe is de stilte / zo groot en overal in de kamer / dat het wel een monster lijkt, / opgesloten in een te kleine kooi.”

 

Toen je me ten huwelijk vroeg is een bundel die je wilt blijven lezen. Je wilt blijven zoeken naar de onbeantwoorde vragen (is de geliefde nou dood of er vandoor gegaan?) en de onaffe zinnen (“ik vergeet / dan dat je. en dat lukt me soms.”). Moet je nou wel of niet in het huwelijksbootje stappen? Gelukkig blijft ook die vraag onbeantwoord.

 

06-11-2011