Een zeemzoet verhaaltje

U zou kunnen denken dat dit een sprookje is. Edoch, het is waar gebeurd.

Donderdag 11 juni 2009, 6u30

…Radio slaat aan, Johan Janssens van de VRT nieuwsdienst leest het nieuws voor…Noch Prins, noch Prinses geven een reactie.

Donderdag 11 juni 2009, 6u35

…Kathleen Cools maakt een praatje met Frank Deboosere, uiteraard over het weer…. Noch Prins, noch Prinses…

Donderdag 11 juni 2009, 6u40

Prins wipt het bed uit, Prinses kijkt ‘m na in het halfduister, denkt: ‘vreemd, normaal gezien blijft hij toch nog zeven minuten liggen?’

Donderdag 11 juni 2009, 6u45

Prinses luistert radio, hoort gestommel in de badkamer.

Donderdag 11 juni 2009, 6u50

Prinses luistert radio, hoort gestommel op de trap.

Donderdag 11 juni 2009, 6u55

Prinses luistert radio: ‘Dit is de ochtend van Radio 1. Spreek uw boodschap in na de biep…’. Ze hoort gestommel beneden.

Donderdag 11 juni 2009, 7u00

‘7 uur, een goeiemorgen. Het nieuws met Johan Janssens…’ De bel gaat. Prinses fronst haar wenkbrauwen, hoort Prins de deur openmaken, iets zeggen en de deur weer sluiten.

Donderdag 11 juni 2009, 7u05

Er klinkt geritsel op de trap. Prins komt de kamer binnen met een grote (immense) mand in doorzichtige folie verpakt. In zijn rechterhand houdt hij een koffiekan vast.

‘Wat is dat?’, vraagt Prinses.

Ontbijt’, zegt Prins.

‘Waw,’, zegt Prinses, ‘maar waarom? We zijn wel de elfste vandaag, maar toch geen speciale elfste?’

‘Toch wel’, zegt Prins. ‘We zijn vandaag precies vijftig maanden samen.’

‘Dat is inderdaad wel speciaal. Wat lief!’

 

Prinses bekijkt de mand met grote, doch slaperige ogen. Er zitten lekkere koffiekoeken in, maar ook beleg en… champagne.

Donderdag 11 juni 2009, 7u10

‘Ik heb ook nog een cadeautje voor je’, zegt Prins.

Prinses bijt verwachtingsvol op haar lip, terwijl Prins het pakje neemt en het haar geeft. Prinses maakt het ongeduldig open.

‘Een ketting!’

Prinses bewondert haar nieuwe juweel.

‘Ik moet  je ook nog wat vragen’, zegt Prins dan.

Pas nu weet Prinses hoe laat het is. Ze schudt haar hoofd lichtjes van links naar rechts uit ongeloof dat het nu gaat gebeuren.

‘Omdat we vandaag vijftig maanden Prins en Prinses zijn, zou ik je willen vragen of je ook mijn Koningin zou willen worden.’

‘Echt waar?’, roept Prinses uit, ‘Wil je zeggen dat je met me wilt trouwen?’

‘Ja’, zegt Prins.

‘Ooooooo’, zucht Prinses. ‘Dan… dan zal ik maar snel ‘ja’ zeggen, zeker?’

 

Donderdag 11 juni 2009, 7u15

 

Prins en Prinses zitten snikkend van ontroering op het bed, kijken elkaar de ogen uit. De radio… speelde die nu nog of niet meer? In ieder geval: Prins en Prinses wilden nog lang en gelukkig samen leven. Of ze dat deden? Het wordt vervolgd.

 

hartvolgen

Brief aan Victor Hugo

In de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience werden onlangs twee brieven teruggevonden van Victor Hugo. Deze worden vandaag, op Erfgoeddag, aan het grote publiek getoond. Naast deze brieven zal ook een brief van mij aan de grote schrijver liggen. ‘Op die manier wordt het verleden plots heel hedendaags’, vonden de mensen van de bib. Bij deze plaats ik hem ook hier.

 

Gent, maandag 30 maart 2009

 

 

Geachte heer Hugo, beste Victor,

 

Vreemd hoe iets wat me aan het twijfelen brengt, me meteen iets laat doen, waarvan ik –nu ik ermee bezig ben- besef dat ik er al lang van droomde om het te doen: een brief schrijven naar u.

 

Het zit zo: al sinds ik u heb leren kennen, zo rond mijn zestien, zeventien jaar, heb ik altijd een hechte band met u gevoeld. Lang heb ik niet geweten hoe of waarom. Ik dacht: het is uw romantische ziel die me heeft getroffen. U, een splinter aan de muur, waaraan ik, tastend en zoekend naar meer, ben blijven haperen.

 

U schrijft dan ook zo mooi, meneer. Hoe u aan een jong meisje zegt: ‘Riez pourtant!’, ja, dat treft een te veel wikkend en wegend jeugdig hart. U lezen is me wentelen in lakens van vergeten levens, zodanig wroeten en kruipen dat ik bijna verdwaal. En als mijn hoofd dan weer de uitweg vindt, namijmeren. Over hoe het moet zijn geweest, zo’n zijn zonder pc, tv of facebook.  Ah, wat een onzin allemaal! Ik schaam me er zelfs voor deze drie woorden aan u voor te schotelen. Ze zijn het niet waard in deze brief een plaats te krijgen. Als ik denk aan hoe u leefde, zonder al die tijdsverterende en dommakende industrie, welt bij mij zowaar een traan op. Uw tijd, geloof het of niet, beste Victor, was mooier dan deze.

 

Ik wijd uit. Natuurlijk was er meer aan de hand dan ik die u gewoon mooi vond schrijven en nostalgisch werd wanneer ik u las. Ik ontdekte het toen ik, louter voor recreatieve doeleinden, naar Vianden trok en ging logeren in een hotel dat naar u genoemd werd. Ik ontdekte: u heet niet zomaar Victor Hugo, u heet Victor Marie Hugo! Ik ontdekte: u werd geboren op 28 februari! Ik ontdekte: u schreef uw laatste schrijfsels in 1884, een jaar voor uw dood! Laat Marie nu ook eens mijn tweede naam zijn, laat ik op 28 februari het levenslicht hebben gezien en laat dat laatste nu eens precies honderd jaar na uw laatste schrijven zijn geweest. Op dat moment, beste heer Hugo, kreeg ik een tik op mijn hoofd. Ik was het die mijn vlakke hand tegen mijn voorhoofd sloeg omdat ik eindelijk wist waarom!

 

Wat me nu twijfelen doet? Sommige bronnen op het internet (vergeet dat woord!) vertellen me nu dat u niet op 28 maar op 26 februari bent geboren. U begrijpt dat dit voor mij een gewichtige zaak is en veel invloed heeft op mijn verhouding tot u, beste Victor. Vandaar deze brief om het u te vragen. En natuurlijk bezocht ik uw graftombe in het Panthéon al. Helaas staat daar enkel uw geboorte- en sterfjaar op en niet de exacte datum.

 

Als u, goede heer Hugo, me op één of andere manier uit mijn lijden kunt verlossen, ik zou u eeuwig dankbaar zijn. Intussen verblijf ik, beste Victor,

 

Met de meeste hoogachting,

 

Sylvie Marie De Coninck

 

 

blinddicht

ik heb nog niet uitgedokterd
wat ik ga doen als ik straks blind ben.
de krant lezen zit er niet meer in,
laat staan ervoor werken.

werkloos dan? wat doen blinden
eigenlijk zoal van job? snel nog even
opzoeken nu het nog kan.

belangrijk zal vooral te weten zijn
of er blinde dichters bestaan.
de enige blinde ‘kunstenaar’
die nu bij mij opkomt
is andrea boccelli.
ik heb niets met die man.

om te oefenen, schreef ik dit
alvast met de ogen dicht.
maar omdat ik het niet meer kan herlezen,
zie ik het niet zitten om
een einde te bedenken.

laat staan een titel.