Zonder ‘uit de rekken’

Helaas, het zit erop voor de chocoladeversie van mijn dichtbundel ‘Zonder’ en de twee gedichten ‘Prinses’ en ‘Model’. Vandaag worden de meesterwerkjes uit de etalage van de Diksmuidse chocolaterie Marc Vandenbussche gehaald. Zo stonden ze er de voorbije week bij:

De chocolatier is alvast heel tevreden over zijn werk: ‘De etalage was op z’n mooist de weken voor Valentijn. Toen waren de gedichten geflankeerd met chocolade harten plus allerhande liefdestekeningen eveneens in chocolade. In die weken zijn de gedichten gretig gelezen. Het mooiste voorbeeld hiervan was een koppeltje dat mij aansprak en mij vertelde dat ze ’s nachts om 1u30 zo genoten hadden van ‘prinses’. Ze vertelden mij er meteen bij dat ze al benieuwd waren naar volgend jaar. Naast deze romantische reactie waren er ook heel veel andere reacties van de toevallige passanten in de straat die ervan genoten hadden. Een stimulans voor mij om er zeker mee verder te doen.’

Prachtig toch!

Vanaf dit weekend is ‘Zonder’ om op te eten!

Het wordt een kleine traditie in Diksmuide dat de jaarlijkse gedichtendag er op een aparte manier in het straatbeeld verschijnt.  Daar zorgt chocolatier Marc Vandenbussche voor die ieder jaar met een creatie uitpakt waarmee hij toevallige voorbijgangers even laat stilstaan aan zijn etalage, hij laat ze genieten van zijn aparte maar smakelijke vorm van poëzie.  En ook bij de elfde editie van de gedichtendag laat hij de toevallige voorbijganger in de Weststraat op een speciale manier confronteren met poëzie.

Chocolatier Vandenbussche heeft zich dit jaar laten inspireren door het werk van de jonge Tieltse dichteres Sylvie Marie.  Haar poëzie was eerder al te lezen in diverse tijdschriften en was eveneens aanwezig tijdens de Poëziezomer in Watou.  Daarnaast werkt ze nog mee aan het online literair tijdschrift “Meander” en is ze redacteur bij het papieren literair tijdschrift “Deus ex Machina”.  Verder won ze enkele weken terug De Gouden Aap, een poëzieprijs die door Humo wordt toegekend aan de beste jonge dichter.  In het voorjaar van 2009 verscheen overigens nog haar debuutbundel “Zonder”.

En bij Vandenbussche, in de Generaal Baron Jacquesstraat 29, kan men de chocoladen versie zien van “Zonder”.  Hieruit haalde de Diksmuidse chocoladekunstenaar ook nog eens de gedichten “Model” en “Prinses”.   En met een knipoog naar de prijs die Sylvie Marie enkele weken terug won, kan men rustig stellen dat men in Diksmuide “De Gouden Aap” in chocolade kan zien, of hoe Marc Vandenbussche er ieder jaar opnieuw in slaagt om poëzie in een toegankelijke vorm in het straatbeeld te brengen.   Als dat laatste al een beetje lukt, dan weet Marc Vandenbussche zich een gelukkig man.  Zoveel is zeker. 

Deze zoete poëzie is in de etalage van chocolatier Vandenbussche te bewonderen van zaterdag 16 januari tot na de Gedichtendag 2009 eind januari.

Bron: http://www.ediksmuide.be/hotnews/de-gouden-aap-in-chocolade/

Boeken van het jaar 2009: Zonder op plaats 18

In de Top 20 van boeken van het jaar 2009 gemaakt door Humo, staat Zonder op de 18de plaats. Zonder is de enige dichtbundel in de hele lijst. Een eer dus! Dit staat er:

Sylvie Marie: Zonder

Vinnig als een vlinder, venijnig als een bij kwam Sylvie Marie het poëziejaar ingevlogen. ‘Zonder’, haar voldragen debuut, gaat over wat je níét ziet. Over de paradox dat net de essentie van de dingen vaak zoek is, of aan scherven gevallen. Terwijl ze onomwonden in de wonde pookt, met oog voor het onooglijke, laat ze het heilige moeten uit alle letters laaien. Later, toen ze Humo’s Gouden Aap won, maakte ze bescheiden gewag van ‘fijn gerommel in de marge’. Het siert haar.

  • Lees de Humo-recensie!
  • klik hier voor de volledige top 20.

    Een nieuwe cover voor Zonder?

    Boeken gaan ’n eigen leven leiden. Het zijn als kinderen, je doet ze ontstaan, schaaft en schuurt eraan tot je denkt dat ze volwassen zijn en laat ze dan vrij. Wie ze ontmoeten of waar ze uiteindelijk terechtkomen, daar heb je nog weinig vat op. Laat staan controle. Dat heb ik deze week aan den lijve ondervonden. Charlotte Apers, een meisje dat illustratie studeert aan de kunstacademie St. Joost te Breda, heeft namelijk  in het kader van haar stage een nieuwe cover gemaakt voor mijn bundel ‘Zonder’. Zonder dat ik er iets van wist. Een schaduwopdracht noemt ze dat.  ‘Ik ben voor het ontwerp uitgegaan van ‘het gevoel’ dat het bij mij oproept als ik uw gedichten lees’, schrijft ze me. Bij deze het resultaat:

    boekomslagZonder

    Wat ik ervan vond, vind je terug op de weblog van Charlotte.

    Mini-interview op De Contrabas

    Gedicht: Sylvie Marie

    Sylvie Marie (Tielt, 1984) publiceerde poëzie in tijdschriften als Het liegend konijn, Poëziekrant en Krakatau. Haar gedichten werden opgenomen in verschillende bloemlezingen, maakten deel uit van de poëziezomer in Watou, en vielen hier en daar in de prijzen. Voor het online literaire tijdschrift Meander is ze poëziecoördinator. Ze is redacteur van het papieren literaire tijdschrift Deus ex Machina. Onlangs stelde ze haar debuutbundel Zonder voor, uitgegeven bij Vrijdag / Podium.

    1. Wat is uw favoriete gedicht uit deze bundel?

    zonder

    die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
    ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
    weerkaatst. ik lees:

    ik ben weg, neem niets mee behalve
    de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
    de smaak van je lippen. de hond

    op straat leidt me
    af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
    er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

    het was de eerste keer dat het niet opbollend
    in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
    me goedemorgen zoende.

    (2) Vertel wat u over deze bundel kwijt wilt, in maximaal 200 woorden die niet op de flaptekst mogen voorkomen.

    Op mijn flaptekst staat eigenlijk alles wat ik over de dichtbundel kwijt wil. Voor het overige moet iedereen vooral de gedichten lezen zonder daarbij al te veel te worden beïnvloed door woorden van recensenten of van de dichter zelf.

    Samen met de uitgever had ik nog even getwijfeld om er lovende citaten uit kranten bij te plaatsen. Die verschenen naar aanleiding van mijn cyclus ‘moedermomenten’ in Het Liegend Konijn. Het is immers mooi om op de bundel van een debutante al meteen te kunnen scanderen met ‘Bij dezen roep ik mezelf uit tot ontdekker van Sylvie Marie.’ (Arjan Peters in De Volksrkant) of ‘Om een gedicht als dit lees je poëzie’ (Bart Van Der Straeten in De Morgen). Toch hebben we dat niet gedaan. Waarom? Omdat mijn bundel meer is dan de moedermomenten alleen. In ‘Zonder’ mankeert het niet alleen aan een moeder, maar ook aan vele andere betekenisvolle dingen. En hoe gaan we daarmee om? Ik wil de lezer het hele perspectief tonen, opdat het hem of haar iets mag doen, opdat het een vonk mag geven.

    (3) Welke dichters (of dichter) behoorde(n) bij het schrijven van deze bundel tot uw inspiratiebronnen? Op welke wijze?

    Dat is een moeilijke vraag. Uiteraard is mijn poëzie gebaseerd op dingen die ik las, maar welke dichter nu precies voor welk effect heeft gezorgd, dat kan ik niet zeggen. Ik lees vaak wel gedichten om mezelf in een soort poëtische stemming te brengen zodat ik kan gaan schrijven. Niet één bundel wil ik dan bij me, maar het liefst heel veel, zodat ik van de ene dichter naar de andere kan tuimelen.

    Toch, als u het over mijn liefdesgedichten wil hebben, dan beken ik dat David Troch – ‘Prins’ zoals ik hem op mijn blog noem – er misschien wel wat voor tussen kan zitten. Misschien ja. Immers, kan ik bij een liefdesgedicht niet gewoon aan het fenomeen ‘liefde’ of ‘koppel’ hebben gedacht?

    Het is leuk hoe sommigen bij het lezen van mijn gedichten soms die of die stem herkennen. Meestal heb ik daar zelf nog nooit bij stil gestaan of besef ik gewoon: ‘die dichter of dichteres moet ik zeker eens gaan lezen!’

    Trip naar Watou

    Gisterenochtend met mijn vader naar Watou gereden. Rijden van de regen naar de zon, deden we. Toen we er aankwamen, was net de zondagsmis uit. Een grote groep parochianen verliet de kerk en trok schijnbaar op weg naar café ’t Oud Gemeentehuis. Idyllisch vond ik dat.
    Gwij Mandelinck wisten we niet meteen wonen, maar we moesten het maar aan de mensen vragen en iedereen wees eensgezind dezelfde richting op: ‘Gwij! Gwij! Daar om de hoek!’
    Ook dat vond ik idyllisch.
    De vrouw des huizes opende de deur. Een beetje verward was ze toen ik om ‘de spiegel’ vroeg. ‘De spiegel van Sylvie Marie die op de vorige poëziezomer hing’, verduidelijkte ik. ‘Oh, natuurlijk!’ riep ze uit en ze vergezelde me naar het gemeentehuis. Vader, die met zijn vrachtwagen wat moeite had moeten doen om voor het dichtershuis te parkeren, moest zijn kar keren en terugrijden naar het gemeentehuis. Daar troffen we de spiegel aan. Hij stond tegen die van Ruth Lasters aangeleund.
    En dan, terwijl we aan het sjouwen waren, kwam ook de man zelf een kijkje nemen. Enthousiast was hij, vrolijk. Een warme handdruk. En dan maar praten over ‘Zonder’. Hij kreeg er meteen een exemplaar van. Uit dank.

    Er kon nog koffie worden gedronken bij hem thuis, zei hij. ‘Dat kan niet’, zei ik. Prins had volk uitgenodigd en die moesten die middag eten krijgen. Bovendien hadden ook zij hun werk te doen. Vandaag, op dit eigenste moment terwijl de spiegel veilig bij mij in Gent staat, staan immers de verhuiswagens klaar voor het huis in Watou. Gwij verhuist. De man die Watou op de kaart zette, trekt na dertig jaar de deur van het huis in het kunstdorp voorgoed achter zich dicht. Een hele stap, meer nog: ‘een hels karwei, een angstaanjagende deadline’, aldus de vrouw.

    Ik wed dat ook sommige inwoners van Watou een kleine aardbeving zullen voelen als volgeladen trucks met boeken, gedichten en huisraad over het Watouplein zullen denderen richting Aartrijke. Hun vingers zullen even niet meer weten in welke richting te wijzen.