*

totaal witte kamer

we lagen op de plaats waar het bed had gestaan,
lepeltje lepeltje zoals de eerste keer
dat je bleef en we niet durfden te bewegen
omdat we voortdurend van de ander dachten dat die al weg was.

muren doordrongen de kamer, wit
weerkaatste en wij lieten onze handen glijden
over elk lichaamsdeel dat we toen niet hadden aangeroerd.

we moesten alles nog eenmaal gevoeld hebben,
maar wat ons raakte, kregen we niet over de lippen.

we kwamen niet verder dan de woorden van een dichter
die vast iets anders had willen zeggen.

 

Uit: Altijd een raam, Vrijdag/Podium, 2014